Intelligent bestuur verbeeld(t)

Modell(er)en van openbaar bestuur

Martin Schulz, Mark van Twist, Martijn van der Steen en Christiaan van der Kaaij | 2023, NSOB

In een periode van 12,5 jaar heeft de NSOB samen met zeven verschillende ministeries gewerkt aan het kennisprogramma Intelligent Bestuur. Gedurende deze periode hebben wij voor de ministeries gezamenlijk en apart onderzoeken verricht en in interactie met hen modellen gemaakt voor de meest uiteenlopende beleidsterreinen en praktijken: van thuiszitters in het onderwijs, tot winnaars en verliezers in transities; van zelfsturing door burgers, tot omgaan met signalen; van sturen op de lange termijn, tot het omgaan met maatschappelijke onvrede. In deze publicatie worden 15 van deze ontwikkelde modellen bijeengebracht.

Elk hoofdstuk start met een casus uit de praktijk, dan volgt de visualisatie van het model, met de toelichting en kritische kanttekeningen om met elkaar over in gesprek te gaan. Tot slot van elk hoofdstuk vindt u een verwijzing naar de NSOB essays die de inspiratie vormden voor het model en waarin aanvullende (wetenschappelijke) literatuur over het onderwerp te vinden is.  Met de modellen beogen we de complexiteit, veelzijdigheid en meervoudigheid van empirische praktijken te duiden en ideeën aan te reiken voor het verbreden van het handelingsrepertoire bij dilemma’s en ingewikkelde dynamieken.

Lees verder

Het tij tegen

De democratische rechtsorde als fundament

Herman Tjeenk Willink | 2023

Meer dan een halve eeuw was Herman Tjeenk Willink direct betrokken bij ontwikkelingen in en rond de overheid: als publieke ambtsdrager, als maatschappelijk bestuurder, als kritische beschouwer. Hij werd niet moe erop te wijzen dat de overheid in haar beleid én functioneren moet voldoen aan de eisen van democratie en recht. Die bieden burgers zekerheid: de zekerheid dat ieder zijn zegje kan doen en wordt gehoord, de zekerheid dat ieder gelijk is voor de wet en rechtsbescherming geniet, de zekerheid dat de overheid zegt wat zij doet en doet wat zij moet doen.

Door de dominantie van het geld als ijkpunt voor beleid en het managementdenken zijn die zekerheden gestaag uitgehold. Dáártegen komen burgers – terecht, en niet voor het eerst – in opstand. Juist nu ingrijpende veranderingen nodig zijn, ontbreken vertrouwen en draagvlak.

Lees verder

Publieke waarden en risico’s in Straatsburg

De geboorte van een organisatie voor publiek risicomanagement (PRIMO)

Jack Kruf* | mei 2005

Vorige maand, op 1 april 2005, kwam het Executive Committee van UDITE, het netwerk van gemeentesecretarissen en gemeentelijk algemeen directeuren in Europa, bijeen in Straatsburg om ‘publiek risicomanagement’ als nieuw idee te bespreken. De gemeentesecretarissen keken gezamenlijk naar een nieuw gepresenteerde aanpak, die Alan Vendelbo, president van UDITE, bovenaan de agenda had geplaatst.

Het was vanaf het begin van de bijeenkomst duidelijk dat allen geloofden dat de benadering de rol en functie van de gemeentesecretaris zeer  versterken in het ondersteunen van de politiek, de maatschappij en de eigen organisatie. Actuele gebeurtenissen in de samenleving en het uit het niet in control zijn op budgetten en processen binnen tal van politiek-bestuurlijke projecten hebben het belang van proactief denken over publieke waarden, doelen en hun risico’s verhoogd. Hier volgt een korte persoonlijke impressie. Ik was erbij op deze dag.

Lees verder

Georganiseerde onmacht

Over de rol van de rijksoverheid bij de jeugdbescherming

Algemene Rekenkamer | 2023

In 2015 is de verantwoordelijkheid voor jeugdbescherming overgeheveld naar gemeenten. Hiermee zouden de totale uitgaven aan jeugdzorg dalen, de wachttijden korter worden en de administratieve last voor hulpverleners afnemen. Dat is niet gelukt. Kinderen en kwetsbare gezinnen krijgen niet (tijdig) de hulp die ze nodig hebben. Verantwoordelijke bewindspersonen (de minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) hebben hun rol als verantwoordelijke voor het wettelijke stelsel voor jeugdbescherming lange tijd onvoldoende ingevuld. Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in het rapport Georganiseerde Onmacht.

Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 moeten gemeenten de jeugdbescherming lokaal organiseren. Het idee van de minister en de staatssecretaris was dat gemeenten dichter bij kind en gezin staan en dus meer maatwerk kunnen leveren. In de praktijk leidt dit tot een onoverzichtelijke en onwerkbare situatie voor gemeenteambtenaren én hulpverleners.

Lees verder

Toezien op publieke belangen

Naar een verruimd perspectief of rijkstoezicht

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) | 2013

Tot ongeveer twintig jaar geleden was toezicht een weinig spectaculair en nauwelijks zichtbaar onderdeel van het openbaar bestuur. Toezicht was vooral een zaak van individuele inspecteurs die doorgaans buiten het zicht van de openbaarheid op een vaak informele wijze hun toezichtdomein trachtten te disciplineren. Maar die tijd is voorbij. Door de voortgaande verschuiving en spreiding van taken en verantwoordelijkheden en door toenemende verwachtingen van het toezicht in de samenleving, zijn het belang en de zichtbaarheid van toezicht enorm gegroeid. Na een incident zijn in de media en de politiek dikwijls de eerste vragen: waar was het toezicht? Waarom heeft het toezicht niet of niet eerder ingegrepen?

De vele uitdagingen waarmee het toezicht geconfronteerd wordt en de nogal eens problematische relatie tussen samenleving en toezicht waren voor de WRR aanleiding tot een nadere beschouwing. Centraal stond daarbij de vraag:

Hoe treedt de overheid in beleid en praktijk de uitdagingen die op het rijkstoezicht afkomen tegemoet en hoe kan de maatschappelijke meerwaarde van dat toezicht worden bevorderd?

Overheidstoezicht vervult in allerlei vormen en gedaanten een belangrijke rol bij het verwezenlijken van beleidsdoelstellingen en het borgen van publieke belangen; het is een steunbeer van de samenleving, een ‘basisinstitutie’ die ertoe doet.

Lees verder

12 Principes van Goede Besturing

Raad van Europa | 2008

De Raad van Europa heeft 12 principes voor goede besturing vastgesteld. Zij dienen als uitgangspunten, randvoorwaarden en richtlijnen bij het effectief handelen in publieke zaken. Het is een nobele set van principes en een aansporing voor bestuur, bestuurder, organisatie, manager en medewerker.

Ambrogio Lorenzetti (1338 – 1339). De effecten van goed bestuur. [Deel uit ‘De allegorie van goed en slecht bestuur’]. Siena, Sala dei Nove.
  1. Deelname, vertegenwoordiging, eerlijk verloop van verkiezingen.
  2. Responsiviteit.
  3. Efficiëntie en effectiviteit.
  4. Openheid en transparantie.
  5. Rechtsstaat.
  6. Ethisch handelen.
  7. Competentie en capaciteit.
  8. Innovatie en openheid voor verandering.
  9. Duurzaamheid en langetermijnvisie.
  10. Deugdelijk financieel beheer.
  11. Mensenrechten, culturele diversiteit en sociale cohesie.
  12. Verantwoordingsplicht.

De overlevering leert ons dat hiervoor een hoog organiserend vermogen nodig is van de bestuurders en managers die de principes geacht worden te hanteren. Siena werd in de veertiende eeuw – toen een staat, geen stad – erg goed geleid. Persoonlijke kwaliteiten dus. Anders gezegd: Siena kwam tot bloei omdat er goede bestuurders zaten. Het is spannend om te weten waar mechanismen van bijsturing zitten en hoe deze werken, indien niet voldaan wordt aan één of meer van de principes.

Wat was hun geheim, wat hun competenties? Een addendum bij deze principes inzake de noodzakelijke competenties is eigenlijk gewenst. Wij weten: zonder goede mensen, geen succes.

WMO en het managen van risico’s

Jan-Willem Boissevain, Logica en Jack Kruf, PRIMO en gemeente Roosendaal | 29 maart 2007, Rotterdam

Per 1 januari 2007 is de WMO van start gegaan. Iedereen bereidde zich voor op woedende burgers, enorme wachtlijsten en stapels bezwaarschriften. Maar niets van dat alles. Toch zijn de risico’s reëel. Misschien niet op korte termijn, maar op lange termijn neemt de vraag naar middelen en voorzieningen toe. Hoe bereiden de betrokken organisaties zich hierop voor?

In de Trouwzaal van het Rotterdamse stadhuis kwamen 29 maart vertegenwoordigers van de WMO-keten bij elkaar, van zorgaanbieder tot gemeente. Aan de hand van stellingen kwam een levendige discussie op gang over de kansen en bedreigingen van het nieuwe beleid en de te realiseren publieke waarden en de mogelijke schades (zijnde risico’s) in de nabije toekomst.

Jetty Voermans is de gespreksleider van de avond. Als zelfstandig adviseur, voormalig projectleider WMO bij de VNG en sinds kort ook wethouder van de gemeente Zeevang, weet zij meer dan genoeg over de WMO. “Ik had verwacht dat de telefoons roodgloeiend zouden zijn, de kranten vol met de WMO, maar dat is uitgebleven”, concludeert Voermans over de media-aandacht over de WMO.

Lees verder