Stern Review on the Economics of Climate Change

HM Treasury UK | 2006

“The scientific evidence is now overwhelming: climate change presents serious global risks and demands an urgent global response. This independent Review was commissioned by the Chancellor of the Exchequer, who reports to both the Chancellor and the Prime Minister, to contribute to assessing the evidence and building an understanding of the economics of climate change.

The Review first examines the evidence on the economic impacts of climate change itself and explores the economics of stabilizing greenhouse gases in the atmosphere. The second half of the Review considers the complex policy challenges involved in managing the transition to a low-carbon economy and in ensuring that societies can adapt to the consequences of climate change that can no longer be avoided.

The Review takes an international perspective. Climate change is global in its causes and consequences, and international collective action will be critical in driving an effective, efficient and equitable response on the scale required. This response will require deeper international cooperation in many areas – most notably in creating price signals and markets for carbon, spurring technology research, development and deployment, and promoting adaptation, particularly for developing countries.

Climate change presents a unique challenge for economics: it is the greatest and widest-ranging market failure ever seen. The economic analysis must therefore be global, deal with long time horizons, have the economics of risk and uncertainty at centre stage, and examine the possibility of major, non-marginal change. To meet these requirements, the Review draws on ideas and techniques from most of the important areas of economics, including many recent advances.

The benefits of strong, early action on climate change outweigh the costs

The effects of our actions now on future changes in the climate have long lead times. What we do now can have only a limited effect on the climate over the next 40 or 50 years. On the other hand what we do in the next 10 or 20 years can have a profound effect on the climate in the second half of this century and in the next.

No-one can predict the consequences of climate change with complete certainty; but we now know enough to understand the risks. Mitigation – taking strong action to reduce emissions – must be viewed as an investment, a cost incurred now and in the coming few decades to avoid the risks of very severe consequences in the future. If these investments are made wisely, the costs will be manageable, and there will be a wide range of opportunities for growth and development along the way. For this to work well, policy must promote sound market signals, overcome market failures and have equity and risk mitigation at its core. That essentially is the conceptual framework of this Review.

The Review considers the economic costs of the impacts of climate change, and the costs and benefits of action to reduce the emissions of greenhouse gases (GHGs) that cause it, in three different ways:

  • Using disaggregated techniques, in other words considering the physical
    impacts of climate change on the economy, on human life and on the environment, and examining the resource costs of different technologies and strategies to reduce greenhouse gas emissions.
  • Using economic models, including integrated assessment models that estimate the economic impacts of climate change, and macro-economic models that represent the costs and effects of the transition to low-carbon energy systems for the economy as a whole.
  • Using comparisons of the current level and future trajectories of the ‘social cost of carbon’ (the cost of impacts associated with an additional unit of greenhouse gas emissions) with the marginal abatement cost (the costs associated with incremental reductions in units of emissions).

From all of these perspectives, the evidence gathered by the Review leads to a
simple conclusion: the benefits of strong, early action considerably outweigh the costs.

The evidence shows that ignoring climate change will eventually damage economic growth. Our actions over the coming few decades could create risks of major disruption to economic and social activity, later in this century and in the next, on a scale similar to those associated with the great wars and the economic depression of the first half of the 20th century. And it will be difficult or impossible to reverse these changes. Tackling climate change is the pro-growth strategy for the longer term, and it can be done in a way that does not cap the aspirations for growth of rich or poor countries. The earlier effective action is taken, the less costly it will be.

At the same time, given that climate change is happening, measures to help people adapt to it are essential. And the less mitigation we do now, the greater the difficulty of continuing to adapt in future.

Download Stern Executive Summary

Visit National UK Archives

Leren van of door rapporten

Hoe de gemeente Rotterdam leert van raadsenquêtes en rekenkamerrapporten

Mark van Twist, Hans Vermaak, Nancy Chin-A-Fat en Marije Huiting | 2021, NSOB

Herkent u dat? Er verschijnt over uw organisatie een rapport met aanbevelingen hoe van alles beter moet. De bedoeling is dat dat doorwerkt en effect sorteert. Maar toch werkt dat niet altijd zo uit…

Betrokkenen kunnen ervaren dat het rapport er (een beetje) naast zit of te negatief uitpakt. Of ze vinden het rapport goed, maar het (b)lijkt lastig om al die aanbevelingen op te volgen. Of als je ze opvolgt, krijg je er dan wel een sterkere organisatie of beter werk van?
Lees verder “Leren van of door rapporten”

Thorbecke voorbij: Lokale sturing op complexe opgaven

Delft, 20 januari 2022. De tweede Professor dr.ir. Roelof A.A. Oldeman Lezing* door Mr. J. (Hans) Krul, gemeentesecretaris en algemeen directeur van de Gemeente Delft.

Hij belicht vanuit zijn functie en rol in het knooppunt van het gemeentelijk verkeer, hoe vanuit lokaal perspectief voorliggende complexe opgaven kunnen worden benaderd. Thorbecke en Oldeman zijn daarbij behulpzaam in denken en handelen.

Hans Krul spreekt de 2e Professor Oldemanlezing uit in de raadszaal van de gemeente Delft.

De lezing

“Hartelijk welkom in de raadszaal van dit mooie historische stadhuis van Delft, een van de jongste leden van het PRIMO netwerk. Het is een eer dat ik vandaag in deze voor mij zo vertrouwde omgeving van de Delftse raadszaal de Oldeman Lezing uit mag spreken.

Ik ga dan ook mijn uiterste best doen u niet teleur te stellen waarbij ik in de eerste plaats terugval op mijn ruim 40-jarige werkervaring bij de overheid. Mijn lezing zal zich via de volgende stations voltrekken:

Lees verder “Thorbecke voorbij: Lokale sturing op complexe opgaven”

Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021

Jack Kruf | november 2021, B&G Magazine

BNG Bank: “Begin 2021 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER 2021) gepubliceerd. Het rapport schetst de voortgang van de transitie naar een circulaire economie in Nederland. Erevoorzitter van PRIMO Europe – Jack Kruf –  heeft deze omvangrijke maar zeer informatieve rapportage samengevat op majeure risico’s, zoals zij door de auteurs zijn verwoord.”

De Nederlandse regering wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben bereikt. Monitoring van de voortgang van deze transitie is gewenst. Deze rapportage is een belangrijke mijlpaal in dit proces. Welke interventies heeft de overheid in Nederland gedaan om de transitie naar een circulaire economie op gang te brengen en te versnellen? Wat zijn de acties van maatschappelijke partijen?

Lees verder “Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021”

Gemeentelijk risicomanagement: een empirisch onderzoek

Peter B. Boorsma, Geert A.M. Haisma en Yvonne Moolenaar1 | 2003

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten van 17 januari 2003 (BBV – dit besluit vervangt vanaf begrotingsjaar 2004 het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 (CV95)) zijn gemeenten verplicht om een risicoparagraaf op te stellen en op basis daarvan hun weerstandsvermogen te berekenen. Tevens dienen gemeenten2 aan te geven welk beleid zij voeren ten aanzien van risico’s en het managen ervan. Dat klinkt fraai, maar uit de praktijk blijkt dat veel gemeenten worstelen met de uitvoering van deze verplichtingen. En ook de provinciale toezichthouder heeft haar controlerende taak vaak niet duidelijk omschreven. Lees verder “Gemeentelijk risicomanagement: een empirisch onderzoek”

Integraal risicomanagement bij gemeenten nog lang geen vanzelfsprekendheid

Groot besparingspotentieel blijft onbenut

Rob Ellermeijer en Jack Kruf | april 2011 voor Ernst & Young en PRIMO Nederland

Veel gemeentelijke en provinciale overheden doen wel ‘iets’ met risicomanagement. Maar het huidige risicomanagement is vooral instrumenteel van aard en draagt nog onvoldoende bij aan financiële sturing. Veel overheden laten hiermee een groot besparingspotentieel liggen. Een gemiste kans, zeker in tijden van grootschalige bezuinigingen.

Risicomanagement is geen vanzelfsprekendheid
Integraal ingevoerd risicomanagement is nog lang geen vanzelfsprekendheid, zo bleek uit de rondetafelbijeenkomst over risicomanagement van Ernst & Young Public Sector en PRIMO Nederland (Public Risk Management Organisation). In de gemeentelijke en provinciale organisatie wordt risicomanagement nog teveel gezien als een door Financiën & Control in te vullen onderdeel van de begroting en verantwoordingsdocumenten.

Onderzoek risicomanagement bij grote gemeenten
Het besef dat risicomanagement meer is dan een financieel speeltje, dringt langzaam door, maar gemeenten (en provincies) worstelen met de vraag hoe integraal risicomanagement daadwerkelijk handen en voeten te geven. Dit blijkt ook uit onderzoek van Ernst & Young onder achttien grote gemeenten. Marinus de Pooter van Ernst & Young lichtte de belangrijkste uitkomsten toe. ‘Gemeenten hebben geen idee welke kosten gepaard gaan met risicomanagement en welk besparingspotentieel is te realiseren via goed toegepast integraal risicomanagement. ’

Uitkomsten zijn zeer herkenbaar
De uitkomsten van de Ernst & Young-enquête zijn voor de concerncontrollers van de deelnemende gemeenten herkenbaar. Veranderen moet en dat moet van bovenaf worden geïnitieerd. Te beginnen bij de gemeentesecretaris als hoogste verantwoordelijke binnen de ambtelijke organisatie. ‘Voorwaarde is wel dat de gemeentesecretaris de meerwaarde van risicomanagement inziet,’ stelt Ed Mallens, Risicomanager van de Gemeente Roosendaal. ‘In Roosendaal is besloten hiervoor een aparte functie in de concernstaf in te richten. De eerste stap is het mandaat voor het maken van een risicoprofiel voor de hele organisatie.’

Risicomanagement in de praktijk van Shell
Het bedrijfsleven loopt voor op de overheid met het integraal toepassen van risicomanagement. Ir. Annemarie van der Rest , Manager Health, Safety & Environment Affairs van Shell Nederland B.V., vertelde over de praktijk van Shell. ‘Veel verantwoordelijkheden liggen direct bij het lijnmanagement. Binnen Shell gelden – waar ook ter wereld – 12 life saving rules. Daarnaast kent Shell een strak Consequence Management. Op overtredingen volgen onmiskenbaar sancties. Aan de andere kant worden goede prestaties beloond. Elk goed veiligheidsmoment wordt gevierd en ook in de individuele beloning zijn hiervoor componenten ingebouwd. Health, safety & environment is een zaak van het topmanagement. Dat is belangrijk voor het vertrouwen in de gehele organisatie. Learning from incidents starts with an open culture, want als er iets mis gaat, dan moet je dat wel durven melden. Risicobewustzijn en risicoalert gedrag zijn essentiële voorwaarden om risicomanagement effectief te laten zijn. Shell heeft met behulp van een systematische benadering gebaseerd op de Heart & Mind aanpak het gedrag verandert en risicomanagement in de genen van de organisatie tot een vanzelfsprekendheid gemaakt.’

Nieuwe uitdagingen voor gemeenten
Met alle andere overheden hebben ook gemeenten te maken met nieuwe uitdagingen op het gebied van risicomanagement, meent prof.dr.ir. Joop Halman (TU Twente). ‘Met een proactief risicobeleid is meer te winnen dan met een reactieve aanpak met meer regels, extra controle en meer bureaucratie. Overheden, en ook gemeenten, worstelen bovendien met een implementatieprobleem: bestaande kennis wordt niet op de juiste momenten toegepast. Juist dit soort zaken moet je goed organiseren.’

Meer regie, minder inhoud
Het binnenshuis borgen van kennis over risicomanagement staat onder druk omdat gemeenten steeds meer op regiebasis gaan werken. Inhoudelijke kennis verdwijnt daarmee, meent Peter Kennedy (Dordrecht). ‘Regie krijgt de overhand, de inhoud zakt weg. Daardoor ontstaan juist risico’s.’ Bovendien ontbreken vaak de nodige controls en wordt onvoldoende gecontroleerd op naleving van regels en afspraken, constateert Rob Ellermeijer, Ernst & Young Public Sector.

Emergency Management
De rondetafel werd besloten door prof. Eelco Dijkstra met een inleiding over Emergency Management en een praktische oefening hoe als hoogst verantwoordelijke in de gemeentelijke organisatie op te treden bij een opeenstapeling van rampen en incidenten. Zoals Katrina in New Orleans. In de door hem voorgestelde aanpak zijn Emergency Management, ICT en Critical Infrastructure aan elkaar gelinkt. ‘Met risicomanagement aan de voorkant – gebruik makend van eerdere ervaringen met rampen – Response Management in het heden en Consequence Management, waar de onvoorspelbaarheid groot is en nauwelijks gebruik gemaakt kan worden van eerdere ervaringen.
Risicomanagement is vooral gericht op preventieve maatregelen betreffende risico’s waarvan bekend is dat deze zich kunnen voordoen. Consequence management is vooral gericht op de beheersing van het onbekende op het moment dat de onvoorspelbare gebeurtenissen zich voltrekken.’

Risicomanagement teveel gericht op trends uit het verleden
Dijkstra: ‘De focus is teveel gericht op trends en gebeurtenissen uit het verleden. Die worden naar voren gehaald en daarop wordt beleid ontwikkeld. Dat betekent dat je de kans loopt te werken met verouderde informatie en alleen maatregelen neemt voor problemen die je kent.
Zeker in Nederland is de functionele afstand tussen beleid en praktijk te groot. We verdrinken in beleid en zijn veel te veel gefixeerd op processen. Op het middenterrein is bijna niemand thuis. Dat brengt met zich mee dat bijna niemand ergens op is aan te spreken. Hoe veilig is veilig genoeg? Begin eerst met het beantwoorden van die vraag.’”