Global Risks Report 2025

Dit zijn de grootste risico’s voor nu en in de komende 10 jaar.

World Economic Forum | januari 2025

    • Na een uitdagend “superverkiezingsjaar” in 2024, worden leiders geconfronteerd met onzekerheid over wat hen te wachten staat in 2025 en in de toekomst.
    • Het laatste Global Risks Report van het World Economic Forum laat zien dat de belangrijkste zorgen van 2024 nog steeds bestaan, terwijl het ook een aantal nieuwe en opmerkelijke verschuivingen in de risicoperceptie belicht.
    • Het rapport bepaalt de agenda voor de discussies tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Forum in Davos, dit jaar onder de titel Collaboration for the Intelligent Age.

Nu we 2024 achter ons laten, een complex “superverkiezingsjaar” dat zowat elk wereldwijd systeem op de proef stelde, vragen alle leiders zich waarschijnlijk met vrees af: wat kunnen we verwachten in 2025 en daarna?

In het World Economic Forum Global Risks Report van dit jaar, gebaseerd op de jaarlijkse Global Risks Perception Survey (GRPS), is het antwoord bijzonder ontnuchterend. “Somber” is het overkoepelende adjectief dat de algemene stand van zaken beschrijft in de huidige, 2- en 10-jaars voorspellingsbereiken. Lees verder “Global Risks Report 2025”

Risicomanagement: een gemeenschappelijke opgave

De Deense gids voor gemeentelijke topmanagers

Jesper Hjort & Lars Løkke Rasmussen (voorwoord) voor PRIMO Danmark | januari 2007

In januari 2007 lanceerde PRIMO Danmark haar nationale gids over (publiek) risicomanagement. De gids werd goedgekeurd door de Deense minister van Binnenlandse Zaken, Lars Løkke Rasmussen, die ook het voorwoord van de gids schreef.

Rasmussen: “Elke dag nemen managers van lokale overheden beslissingen waarbij risico’s een rol spelen; dat wil zeggen, beslissingen met aanzienlijke onzekerheid. Het is belangrijk op te merken dat deze risico’s kunnen spelen bij burgers, lokale gemeenschappen of organisaties van de lokale overheid zelf.

Risico is simpelweg een onderdeel van het leven wanneer de toekomst onzeker is. Anders gezegd: het nemen van belangrijke beslissingen op een onzekere basis is ook onderdeel van algemeen management.

Leidinggevenden kunnen nooit volledig zeker zijn over de basis van hun beslissingen. Echter, als volledig risicoloze beslissingen mogelijk zouden zijn, zou er niets gebeuren. Voor leidinggevenden ligt het geheim dan ook, in de woorden van Kierkegaard, in het accepteren van deze onzekerheid. Leidinggevenden in de publieke sector moeten daarom systematisch werken aan het minimaliseren van de negatieve aspecten van risico’s en het maximaliseren van de positieve kanten. Lees verder “Risicomanagement: een gemeenschappelijke opgave”

De kunst van het loslaten

Risicomanagement als middel om bureaucratie en regeldruk te verlagen

Maarten van Zwieten* | augustus 2005

In dit artikel wordt allereerst ingegaan op de ontwikkelingen op het gebied van interne beheersing. Deze ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat risicomanagement steeds meer in de aandacht kwam, ook bij de overheid. Vervolgens wordt gekeken in hoeverre risicomanagement binnen de overheid daadwerkelijk in praktijk wordt gebracht.

Risicomanagement wordt veelal nog gezien als speeltje van de staf

Geconcludeerd wordt dat vooral in het beleidsveld risicomanagement nog onvoldoende is ingezonken. Getracht wordt om de factoren die aan deze situatie ten grondslag liggen op een rijtje te zetten. Vervolgens worden de resultaten van het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) Regeldruk en Controletoren besproken. Ook wordt er besproken welke factoren kunnen helpen om risicomanagement in praktijk ook bij de overheid door de integrale manager te laten omarmen. Ten slotte wordt een voorbeeld gegeven van hoe de genoemde succesfactoren van risicomanagement op het gebied van toezicht bij Justitie in praktijk zijn gebracht. Lees verder “De kunst van het loslaten”

Het diafragma van publieke besturing

Jack Kruf | december 2024

Stichting Civitas Naturalis heeft in 2023 in Nederland een kwantitatief en kwalitatief onderzoek (n=424) uitgevoerd onder gemeentelijke senior-medewerkers (op het gebied van compliance, control, governance, beleid, projectmanagement en strategie). Het doel van de studie was om beter te begrijpen wat er in de praktijk gebeurt op lokaal niveau met betrekking tot het besturen van en het navigeren in het publieke domein van de samenleving. Er lijkt sprake van een samenhangende zeshoek in publieke besturing: ‘kwestie, bestuurder, levering, effect, doelgroep en proces’.

Wij hebben gebruik gemaakt van een in 2017 ontwikkelde vragenlijst door PRIMO Europe, die in 2019 statistisch is onderzocht met onder meer factoranalyse. De lijst met vragen leidde tot een set van vijf factoren, leidend tot het raamwerk FORTE: 1. Financieel en Compliant Design (F), 2. Objectoriëntatie en Validatie (O), 3. Verantwoordelijkheid en rentmeesterschap (R), 4. Tools en Processen voor Creatie (T) en 5. Omgevingsbewustzijn en interactie (E).

Dit onderzoek werd in 2018/2019 uitgevoerd voor landen, maar is nu ook onderzocht voor gemeenten (2023). Het betrefft een set van elementen van governance (Kruf et al. 2019), dit in de creatie en levering van concrete publieke waarden, zoals gedefinieerd door Moore (1995), ‘de waarde die een organisatie of activiteit bijdraagt aan de samenleving‘, met het bijbehorende risico zoals beschreven door Kates et al. (1985) en door Renn et al. (2002) als mogelijke schade aan iets van waarde.

Medewerkers (n=424) van lokale overheden in heel Europa, werkzaam in de dagelijkse praktijk in het hart van het publieke domein, werden gevraagd hun kennis, inzicht en ervaringen bij het realiseren van hun taken te delen. Hen werd het volgende gevraagd:

  1. Stel je een taak voor waaraan je momenteel werkt. Definieer de waarde die u met deze taak wilt of moet creëren.
  2. Beschrijf het bijbehorende risico (als de mogelijke afwijking van of schade aan deze waarde).
  3. Vul de vragenlijst in van de hieraan gerelateerde ‘elementen van governance’ (zie ad 3.)
  4. Beschrijf het dilemma of de dilemma’s (als semantische differentialen) waar je organisatie op dit moment mee worstelt en die van invloed zijn op je taak, het bereiken van de waarde en het ontwikkelen van het risico.

Ad 1 en 2. Resultaten waarde en risico

De antwoorden op de vraag 1 en 2 geven een verscheidenheid aan categorieën van taken, waarden en gerelateerde risico’s. De antwoorden werden opgehaald en geanalyseerd via de Grounded Theory benadering (Glaser et al., 1967) met elementen van Thematische Analyse (Braun et al., 2006) en uitgewerkt met statsiche programma MaxQDA. De antwoorden van de respondenten kunnen in zes groepen worden ondergebracht:

  1. Gerelateerd aan het huidig voorliggende probleem of kwestie (n=44). De waarde betrof het oplossen van een bestaand probleem dat volgens de respondenten is ontstaan c.q. blijft voortbestaan en het gevolg is van een gebrek aan organisatorische macht, leiderschap, financiële middelen, politieke discussies en stimulerende kaders voor verandering in het verleden en het heden. Het risico is dat het probleem niet wordt opgelost, blijft bestaan of zelfs verslechtert.
  2. Gerelateerd aan de actor (n=55), de publiek bestuurder of manager. De waarde is zijn of haar positie als verantwoordelijke voor de oplossing of het vraagstuk, het wezen van het zijn van bestuurder, het vormgeven van en feitelijke leiderschap. Het risico is dat de actor niet succesvol is, verlies van positie, rol, gezag en imago, het dalend vertrouwen zijn/haar leiderschap, in het vermogen van de representatieve democratie om te acteren.
  3. Gerelateerd aan de output (n=122), de levering. De waarde is het product, project of plan dat wordt geleverd binnen tijd en budget, zoals beloofd. Het risico is in het niet, gedeeltelijk, te laat of met budgetoverschrijding leveren.
  4. Gerelateerd aan de outcome (n=109), het effect. De waarde is het nagestreefde maatschappelijk (eco)systeem van samenhang, een functionerend sociaal netwerk inclusief van veiligheid, borging, vangnet, zekerheid, bevordering van zelfredzaamheid, versterking van weerbaarheid. Het risico is onveiligheid, gebrek aan cohesie, vervuiling, verlies en een bedoeling die niet wordt bereikt.
  5. Gerelateerd aan het object (n=49), doelgroep of levensgemeenschap. De waarde is het feitelijk bereiken van de burger, de cliënt of klant met effectieve ondersteuning en het leveren van toegang. De doelgroep wordt bereikt met concrete verbetering van de voor hen eigen positie of functioneren. Het risico is het niet bereiken van het object, niet effectief zijn en een burger die er niet beter van wordt.
  6. Gerelateerd aan de governance (n=45), het proces. De waarde is een goed geleid en georganiseerd proces, waarbij betrokkenheid, dialoog en afstemming tussen actor en object optimaal zijn. Hetrisico is dat het proces een rommeltje wordt, slecht is ingericht, vastloopt, leidt tot verwijdering of desintegratie en het doel niet bereikt. 

Ad 3. Resultaten elementen van governance

De vijf elementen van governance, zoals ze worden beschreven door Kruf et al. (2019), zijn gebruikt voor dit onderzoek. De elementen zijn afgeleid van factoranalyses in eerder onderzoek. Het betredt 23 stellingen die de governance-elementen vertegenwoordigen die van vitaal belang zijn voor het creëren en leveren van ‘waarde’. De scores kunnen worden weergegeven op een schaal van 1 (sterk oneens) tot 10 (sterk eens). Bij de resultaten is vermeld gemiddelde (gem), standaardafwijking (safw, de mate van spreiding) en mediaan (med,, het midden van populatie van respondenten).

Een lage score (4.54 gemiddeld en 4.04 mediaan) met een zekere spreiding (2.02).

Het algemene resultaat was een gemiddelde van 4,54 (op 10) met een standaardafwijking van 2,02 (hoge variantie en spreiding) en een mediaan van 4,08, wat betekent dat 50% van de respondenten hoger óf lager scoort.  Per vraag ziet het beeld er als volgt uit:

  • Q1. (F) Het budget is voldoende voor de organisatie om de ‘waarde’ te leveren. Scores: 4.62 (gem), 2.95 (safw), 3.00 (med).
  • Q2. (F) Het handelen van mijn organisatie voldoet aan bestaande en verwachte standaarden, regels en voorschriften. Scores: 2.91 (gem), 1.84 (safw), 2.86 (med).
  • Q3. (F) De organisatie heeft een permanent zicht op externe trends en ontwikkelingen en hun impact op mogelijke afwijkingen (lees: risico’s) op de te leveren ‘waarde’. Scores: 4.31 (gem), 1.97 (safw), 4.29 (med).
  • Q4. (O) De te realiseren en te leveren ‘waarde’ is helder en gedeeld tussen actor, object, partners en stakeholders. Scores: 4.03 (gem), 1.58 (safw), 4.28 (med).
  • Q5. (O) De status quo van de kwestie / het probleem met betrekking tot het object is voor iedereen duidelijk. Scores: 4.47 (gem), 1.53 (safw), 4.30 (med).
  • Q6. (O) De actor en het object zijn volledig verbonden, gezien vanuit het perspectief van het object. Scores: 4.32 (gem), 1.94 (safw), 2.86 (med).
  • Q7. (O) Er is geen licht tussen de systeemwereld (de wereld van regels, voorschriften, instituties en bestuur) en de leefwereld (de wereld van persoonlijke en publieke waarden en levensstijlen, dagelijks leven, werk en ervaring). Scores: 5.14 (gem), 1.8 (safw), 5.71 (med).
  • Q8. (O) De actor is vertrouwd met het object. Scores: 3.79 (gem), 1.55 (safw), 2.86 (med).
  • Q9. (R) Het is duidelijk wie verantwoordelijk is. Scores: 4.18 (gem), 2.17 (safw), 2.84 (med).
  • Q10. (R) De as politiek – overheid – management werkt perfect. Scores: 5.2 (gem), 2.11 (safw), 4.29 (med).
  • Q11. (R) Het leiderschap van de actor kan gekarakteriseerd worden als ‘het creëren van nabijheid en empathie’. Scores: 4.29 (gem), 1.87 (safw), 4.28 (med).
  • Q12. (R) De organisatie van de acteur heeft een werkcultuur die gekenmerkt wordt als open en eerlijk, met directe lijnen op alle niveaus. Scores: 4.01 (gem), 1.90 (safw), 2.86 (med).
  • Q13. (R) ‘Fouten maken’ is toegestaan in onze organisatie en wordt gezien als een leerproces voor verbetering en wordt altijd gevolgd door aangepast bestuur. Scores: 4.09 (gem), 1.53 (safw), 4.27 (med).
  • Q14. (T) We beschikken over alle middelen en technieken om de ‘waarde’ aan het object te leveren. Scores: 5.57 (gem), 2.71 (safw), 4.31 (med).
  • Q15. (T) We hebben alle kennis en mankracht om de ‘waarde’ te realiseren. Scores: 4.56 (gem), 2.27 (safw), 4.29 (med).
  • Q16. (T) We stellen de juiste prioriteiten bij het creëren en leveren van ‘waarde’ in ons proces. Scores: 5.85 (gem), 2.33(safw), 5.71 (med).
  • Q17. (T) Er is ruimte voor innovatie en nieuwe vormen van creatie. Scores: 3.13 (gem), 1.85 (safw), 2.86 (med).
  • Q18. (T) De uitgesproken en vastgestelde ambitie met betrekking tot de waarde en het bestuur en de beschikbare capaciteit om dit te creëren en te leveren zijn volledig op elkaar afgestemd. Scores: 5.81 (gem), 2.48 (safw), 5.71 (med).
  • Q19. (E) Er is een perfecte match met alle bestuursniveaus (lees: multi-level). Scores: 5.2 (gem), 1.71 (safw), 5.69 (med).
  • Q20. (E) We kennen de positie van ons bedrijf in de keten en hebben deze veiliggesteld met goede contracten. Scores: 4.48 (gem), 2.21 (safw), 4.29 (med).
  • Q21. (E) We kennen de dynamiek van de context waarin we werken en volgen externe ontwikkelingen direct. Scores: 5.1 (gem), 2.12 (safw), 4.40 (med).
  • Q22. (E) We weten waar we staan in het grotere geheel van onze omgevings- en geografische positie en kennen onze daaraan gerelateerde sterke en zwakke punten. Scores: 4.33 (gem), 2.65 (safw), 2.86 (med).
  • Q23. (E) De 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties zijn veiliggesteld. Scores: 5.09 (gem), 1.86 (safw), 5.00 (med).

De elementen met de sterkste correlaties:

• Financieel en Compliant Design: de hoogste correlatie (r=0,869) is er tussen Q03. De organisatie heeft een permanent zicht op externe trends en ontwikkelingen en hun impact op mogelijke afwijkingen (lees: risico’s) op de te leveren ‘waarde’ en het element ‘Omgeving’ V20. We kennen de positie van ons bedrijf in de keten en hebben dit geborgd met goede contracten. Finance/Compliance correleert sterk met andere vragen binnen Objectoriëntatie en Verantwoordelijkheid.

• Objectoriëntatie en Validatie: de hoogste correlatie (r=0,855) is tussen en V05. Waarde is duidelijk en V6. Het is verbonden met het object. Het is duidelijk dat weten wat het ding nodig heeft en de ingebedde drive hier ook een duidelijker beeld geeft van de waarde die moet worden geleverd.

• Verantwoordelijkheid en rentmeesterschap: de hoogste correlatie (r=0,886) is er tussen V6. Verbonden met het object en Q09. Verantwoordelijkheid. Leiderschap en objectoriëntatie zijn sterk met elkaar verbonden. Is dit relevant voor het nemen van de juiste beslissingen voor overheden en doelgroepen in de samenleving?

• Tools en Processen voor Creatie: de hoogste correlatie (r=0,874) is tussen Q18. Ambitie Capaciteit match en Q16. Het stellen van prioriteiten. Er is geen duidelijk inzicht in hoe men elkaar kan beïnvloeden. Toch hangen algemeen bewustzijn en het vermogen om voorkeuren te bepalen samen met de match tussen politieke ambitie en het vermogen van de administratie om bestaande capaciteiten te bespreken en op elkaar af te stemmen. 

• Omgevingsbewustzijn en interactie: de hoogste correlatie (r=0,941) is er tussen Q19. Meerlagig bestuur en Q18. Ambitie Capaciteit matchen. Het is duidelijk dat op veel beleidsterreinen het bewustzijn van uitwisseling met hogere overheden en het matchen van ambitie en capaciteit gunstig kan zijn. Hoe precies is niet duidelijk.

De scores van de elementen leidden tot de conclusie dat kwaliteit en slagkracht van bestuur en management onder grote druk lijken te staan. Bij de antwoorden op vraag 4 komen de oorzaken aan het licht.

Ad 4. Resultaten Dilemma’s

De respons op vraag 4 – “Beschrijf het dilemma of de dilemma’s waar de organisatie volgens u momenteel mee worstelt en die van invloed zijn op uw taak en op het vaststellen van waarde” – was overweldigend. De respondenten werd gevraagd  hun bevindingen te beschrijven als semantische differentialen

424 respondenten kwamen met 1283 antwoorden. Het illustreert hoe groot de zoektocht binnen organisaties naar de juiste navigatie lijkt te zijn. De variëteit aan antwoorden geeft het brede spectrum aan dilemma’s weer om te ontwikkelen en te leveren voor burgers, klanten, maatschappij en natuur.

Wat opvalt is dat er geen algemene kaders of methodieken zijn waarmee in overheidsland wordt gewerkt. Iedere gemeente heeft zijn eigen aanpak en een in feite een eigen set van differentialen. Overal wordt het wiel opnieuw uitgevonden. Er zijn veel wisselende inzichten door vertrekkende en komende bestuurders en managers. Het lijkt erop dat veel wordt gestuurd op persoonlijke overtuigingen over organiseren en in maatschappelijke belangen, Er is geen consensus in de hoofdstroom.

De resultaten laten een patroon zien dat de (veel te) frequente wisselingen van lokale besturen en het komen en gaan van managers (van allerlei pluimage) onderstreept.  Door de hoge doorstroming aan de top veranderen overtuigingen en organisatorische inspanningen om de paar jaar. Discontinuïteit in het management is eerder regel dan  uitzondering, met veel interims die komen en gaan en vaak diepe sporen achterlaten. 

Allerlei dilemma’s werden genoemd over samenwerking (privaat en publiek), ja of nee en zo ja, op welke schaal, hoe problemen aan te pakken: bottom up of top down, centraal geleide verandering of zelfsturende teams, het gebruik van kaders gerelateerd aan kwaliteit of risico of go with the flow, werken van binnen naar buiten of van buiten naar binnen. Er wordt geen echt patroon verwacht van een zoektocht door verwarring en gebrek aan weinig kaderstellend leiderschap vanuit hogere overheden of koepelorganisaties.

Er lijkt geen langetermijnvisie te zijn op het benaderen en managen van grote transformaties en uitdagingen, zoals op het gebied van energie, epidemieën, circulaire economie, klimaat, zorg of cyber. Er is een myriade van korte runs. Daarbij komen de politieke beloftes niet overeen met wat redelijkerwijs mogelijk is om te managen. Veel organisaties staan onder immense druk door te hoge politieke ambities en, daarmee samenhangend, door gebrek aan mensen, instrumenten en financiële middelen. De kloof tussen het politieke universum en het managementuniversum is over het algemeen immens. Veel plannen en ideeën komen niet tot uitvoering of zijn niet effectief.

Wat blijkt ook is dat de wetenschap geen antwoorden geeft op deze discontinuïteit en diversiteit van opvattingen. De bestuurskunde lijkt niet goed aan te sluiten bij de inzichten van de praktijk en de feitelijke werking van het publieke managementsysteem. De veelheid aan rapporten en publicaties is werkelijk overweldigend, maar biedt nauwelijks accurate hulp bij het vinden van antwoorden voor het besturen van en navigeren door lokale gemeenschappen.

Een van de respondenten vergeleek de academische wereld met het werken in devotie voor schilderijen en iconen, zoals middeleeuwse monniken binnen de beschermde grenzen in toewijding werkten binnen kerken en kloosters. De parallel werd getrokken met universiteiten. Tegelijkertijd proberen de boeren en arbeiders buiten op het koude, modderige land hun producten te verbouwen en te overleven. Wetenschap lijkt veelal te werken op een zekere afstand van de dagelijkse praktijk en politieke dynamiek. Er wordt gekeken en beschouwd, maar niet gewerkt vanuit de dynamiek van alle dag. De ironie is dat de meeste wetenschappelijke publicaties en de beschreven wijsheid daarin de publieke organisaties niet of nauwelijks bereiken. En dat geldt ook voor de vele raamwerken die ontwikkeld zijn door bureaus en consultants.

Stad en samenleving lijken niet verbonden met gekozen en besturende raden en het management dat hen bedient. Dat betekent dat de samenleving en de natuur, met hun problemen, er bijna alleen voor staan. Er is geen politiek eigenaarschap met betrekking tot bestuur voor maatschappelijke problemen, behalve door een groep non-profitorganisaties, die over het algemeen geen macht hebben om de problemen op te lossen – een hele conclusie. Maar de zoektocht in lokale en regionale overheden lijkt hierop te wijzen.

Bibliografie

Braun, V., & Clarke, V. (2006). ‘Using thematic analysis in psychology’. Qualitative Research in Psychology, 3: 2, 77 — 101 http://dx.doi.org/10.1191/1478088706qp063oa

Glaser, B., & Strauss, A. (1967). The Discovery of Grounded Theory: Strategies for Qualitative Research. AldineTransaction.

Kates, R., Hohenemser, C., & Kasperson, J. (1985). Perilous Progress: Managing the Hazards of Technology. Westview Press.

Kruf, J., Grima, S., Kizilkaya, M., Spiteri, J., Slob, W., & O’Dea, J. (2019). ‘The PRIMO FORTE Framework for Good Governance in Public, Private and Civic Organisations: An Analysis on Small EU States’, European Research Studies Journal, Volume XXII, Issue 4, 15-34 DOI: 10.35808/ersj/1494.

Moore, M. (1995). Creating Public Value: Strategic Management in Government. Harvard University Press.

Renn, O., & Klinke, A. (2002). A New Approach to Risk Evaluation and Management: Risk-Based, Precaution-Based and Discourse-Based Management. Risk Analysis, Vol. 22, No. 6 (December), 1071-1994.

Weick, K., & Sutcliffe, K. (2007). Managing the unexpected: Resilient performance in an age of uncertainty, Jossey-Bass.

Een theoretisch kader voor integraal risicomanagement

Toegespitst op de overheid

Hendrik van Moorsel en Cees A. Visser | februari 2003

Met het toenemende belang van – en daardoor belangstelling voor – meer geïntegreerd risicomanagement bij overheidsorganisaties, neemt ook de behoefte toe aan een conceptueel raamwerk daarvoor. 

Duurzaam succesvolle organisaties zijn per definitie goed in het beheersen van hun belangrijkste risico’s. Immers, een organisatie die die risico’s niet goed beheerst, is gedoemd op termijn te verdwijnen. Echter, zelfs de meest succesvolle organisaties neigen er traditioneel gezien naar hun risico’s ad hoc en gefragmenteerd te beheersen. Verzekerbare, technologische, financiële, operationele, automatiserings-, milieu-, veiligheids-, kwaliteits-, integriteit- en frauderisico’s et cetera, worden veelal onafhankelijk van elkaar beheerst vanuit separate, gespecialiseerde organisatieonderdelen. Lees verder “Een theoretisch kader voor integraal risicomanagement”

Vechten in de vorige oorlog

Bert Bakker † |  2008

Ook in de publieke sector is risk management in opkomst. Maar de dilemma’s zijn enorm. Misschien zijn de issues wel te complex en te politiek, en zijn overheden te verblind door pretentie om ooit effectief te zijn.

Bert Bakker † (bron: Accountant)

Risk management in de publieke sector

Wat mag worden verwacht van een verantwoordelijke overheid die wil voorkomen dat nieuwe, onbekende virussen die zich verspreiden via het drinkwater of de lucht in treinen en kantoren, en zo honderden misschien duizenden dodelijke slachtoffers maken? Welke risico’s kleven er aan groot alarm slaan?

Hoe vergaand kunnen de gevolgen voor Nederlanders zijn als de Amerikaanse hypothekencrisis leidt tot een wereldwijd verdampen van vertrouwen in het financiële systeem? Komen behalve beleggingen dan ook spaargelden in gevaar? Blijft giraal betalingsverkeer nog mogelijk? Kan de De Nederlandsche Bank er iets aan doen? Hoe moet de overheid zich op de effecten voorbereiden?

Wat moet de Nederlandse regering doen als de stijging van de zeespiegel veel sneller lijkt te gaan dan nu voorzien? Helpen draconische maatregelen om CO2-uitstoot te beperken snel genoeg om dat proces te vertragen? Of zijn dijkverhogingen en eventueel zelfs evacuaties de enige oplossingen? Hoeveel mag kustbescherming kosten bij een zo onzekere prognose? En wat zijn de gevolgen voor het vertrouwen van burgers in de overheid, als zou blijken dat die hele zeespiegeldreiging toch een fantoom, een hype, was?

Lees verder “Vechten in de vorige oorlog”

OCMW Visies: Rond de tafel met PRIMO

Luc Kupers en Staf Mariën (OCMW Visies) | 2012

Aan tafel zitten de heren Luc Verhulst, Gemeentesecretaris Temse en Tom Wustenberghs, voorzitter PRIMO Vlaanderen. Aan de andere kant Luc Kupers en Staf Mariën.

OCMW Visies

De relatie tussen VVOS (Vlaamse Vereniging van OCMW (Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn) Secretarissen) en PRIMO: hoe elkaar gevonden? Hoe verhoudt risicomanagement zich tot interne controle, audit en kwaliteitsbeheer?

PRIMO

De VVOS is enkele jaren geleden voor de eerste keer in contact gekomen met ‘PRIMO’. Als beroepsfederatie probeert de VVOS steeds om zijn focus te verruimen, om innovatief te zijn, om adequaat in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.

Toen er gezocht werd naar instrumenten om het domein ‘organisatiebeheersing’ voor het voetlicht te houden, zijn we bij PRIMO terecht gekomen. Tom Wustenberghs is toen samen met een collega het verhaal van PRIMO komen brengen voor de Raad van Bestuur van de VVOS. Deze uiteenzetting heeft destijds een behoorlijk positieve indruk nagelaten. Zodanig zelfs dat er van meet af aan werd gezocht naar mogelijkheden om het ‘wagonnetje’ van de VVOS vast te haken aan de PRIMO-‘trein’. Lees verder “OCMW Visies: Rond de tafel met PRIMO”