Over frauduleus financieel rapporteren

Rapport van de National Commission

Committee of Sponsoring Organizations (COSO) | 1987

Dit rapport door Committee of Sponsoring Organizations (COSO) van de Treadway Commission, was het resultaat van een initiatief in 1985 om vanuit de privésector  de oorzakelijke factoren te onderzoeken die leidden tot frauduleuze financiële rapportering na een aantal boekhoudschandalen in de jaren 70 en midden jaren 80. Dit rapport werd gepubliceerd in 1987. De Commissie had drie belangrijke doelstellingen met dit onderzoek:[citaat]

Drie relevante factoren

Hoewel precieze kwantificering onmogelijk bleek, concludeerde de Commissie dat drie andere factoren relevant zijn: [citaat] 

In het verlengde en op basis van de gerichte aanbevelingen van dit rapport en om te voldoen aan haar missie om de financiële verslaglegging te verbeteren, heeft COSO een aantal richtlijnen opgesteld voor het beheer van een systeem van interne controles over de financiële verslaglegging. 

In 1992 werd Internal Control – Integrated Framework gepubliceerd en in 2004 volgde Enterprise Risk Management – Integrated Framework. Diverse aanpassingen volgden. 

Relevante koepelorganisaties inzake bestempelden dit  raamwerk als een acceptabele en bruikbare benadering van Enterprise Risk Management (ERM). De commissie ontwikkelde daarbij ook aanbevelingen voor openbare bedrijven en hun onafhankelijke accountants, en regelgevende instanties, en onderwijsinstellingen.

Het COSO raamwerk helpt organisaties bij het ontwerpen en implementeren van interne controles, verbreedt de toepassing van interne controles bij het aanpakken van operationele en rapportagedoelstellingen en verduidelijkt de vereisten voor het bepalen van effectieve interne controle. Het raamwerk biedt een toegepaste risicomanagementbenadering voor interne controles.

Het COSO-raamwerk is van toepassing op externe financiële verslaglegging en interne controleactiviteiten. Zij richt zich daarbij op de onderlinge relaties tussen belanghebbenden en processen en op het opstellen van een risicobeoordeling die begint met bedrijfsdoelstellingen en vervolgens plannen implementeert op basis van risicobereidheid.

Dit geïntegreerde raamwerk richtte zich aanvankelijk op een effectief intern controlesysteem van vijf geïntegreerde componenten die samenwerken om de missie, strategieën en gerelateerde bedrijfsdoelstellingen van een organisatie te ondersteunen

1. Controleomgeving

De controleomgeving zet de toon van een organisatie en beïnvloedt het controlebewustzijn van de mensen. Het is de basis voor alle andere componenten van interne controle en zorgt voor discipline en structuur.

Factoren in de controleomgeving zijn onder andere de integriteit, ethische waarden en competentie van de mensen van de entiteit; de filosofie en de manier van werken van het management; de manier waarop het management autoriteit en verantwoordelijkheid toewijst en zijn mensen organiseert en ontwikkelt; en de aandacht en richting die de raad van bestuur geeft.

2. Risicobeoordeling

Risicobeoordeling is de identificatie en analyse van relevante risico’s voor het bereiken van de doelstellingen en vormt de basis voor het bepalen hoe de risico’s moeten worden beheerd. Omdat de economische, industriële, regelgevende en operationele omstandigheden zullen blijven veranderen, zijn er mechanismen nodig om de speciale risico’s die gepaard gaan met verandering te identificeren en aan te pakken.

3. Controleactiviteiten

Controleactiviteiten zijn de beleidslijnen en procedures die ervoor zorgen dat de richtlijnen van het management worden uitgevoerd. Ze helpen ervoor te zorgen dat de nodige acties worden ondernomen om risico’s voor het bereiken van de doelstellingen van de entiteit aan te pakken.

Controleactiviteiten komen voor in de hele organisatie, op alle niveaus en in alle functies. Ze omvatten een scala aan activiteiten zoals goedkeuringen, autorisaties, verificaties, aansluitingen, beoordelingen van operationele prestaties, beveiliging van activa en scheiding van taken.

4. Informatie en communicatie

Relevante informatie moet worden geïdentificeerd, vastgelegd en gecommuniceerd in een vorm en binnen een tijdsbestek die mensen in staat stellen hun verantwoordelijkheden uit te voeren. Informatiesystemen produceren rapporten met operationele, financiële en compliancegerelateerde informatie die het mogelijk maken om het bedrijf te leiden en te controleren. Ze hebben niet alleen betrekking op intern gegenereerde gegevens, maar ook op informatie over externe gebeurtenissen, activiteiten en omstandigheden die nodig zijn voor geïnformeerde zakelijke besluitvorming en externe verslaggeving.

Effectieve communicatie moet ook in bredere zin plaatsvinden, naar beneden, over en boven in de organisatie. Al het personeel moet een duidelijke boodschap krijgen van het topmanagement dat controleverantwoordelijkheden serieus moeten worden genomen. Ze moeten hun eigen rol in het interne controlesysteem begrijpen, evenals hoe individuele activiteiten verband houden met het werk van anderen. Ze moeten een middel hebben om belangrijke informatie stroomopwaarts te communiceren.

Er moet ook effectieve communicatie zijn met externe partijen, zoals klanten, leveranciers, regelgevers en aandeelhouders.

5. Monitoring

Interne controlesystemen moeten worden gecontroleerd – een proces dat de kwaliteit van de prestaties van het systeem in de loop van de tijd beoordeelt. Dit gebeurt door voortdurende controleactiviteiten, afzonderlijke evaluaties of een combinatie van beide.

Voortdurende controle vindt plaats tijdens de activiteiten. Het omvat regelmatige management- en toezichtactiviteiten en andere acties die het personeel onderneemt bij het uitvoeren van hun taken. De reikwijdte en frequentie van afzonderlijke evaluaties zal voornamelijk afhangen van een beoordeling van de risico’s en de effectiviteit van de lopende monitoringprocedures.

Ten slotte

Volgens COSO is de ‘Raad van bestuur’ het startpunt voor al het risicotoezicht. Zij is uiteindelijk verantwoordelijk voor het beoordelen van risicotolerantieniveaus en het creëren van een cultuur die gericht is op het minimaliseren van risico’s in de dagelijkse activiteiten.

Bibliografie

National Commission on Fraudulent Financial Reporting (1987). Report of the National Commission on Fraudulent Financial Reporting. Committee of Sponsoring Organizations van de Treadway Commission (COSO).

Selectie en Nederlandse vertaling: Jack Kruf.

SF x MF x IP = R

Jack Kruf and Hans Redert | January 2019

Based on interviews with directors and managers in the public domain, we have developed the following ‘simple’ formula to determine the likelihood of governance outcomes. The formula is developed from our position and role as city manager in the public domain of the province, region, city, village, district, neighbourhood, or street.

SF x MF x IP = R

At the start, of course, there is always a preliminary Issue to be resolved. After all, otherwise, there is nothing to govern. In the highly politically driven landscape of the public domain, examples of issues can be found in the daily headlines of papers and magazines. We do not elaborate on this, but we faced many issues in our interviews where the formula was ‘launching’ itself.

Lees verder

Cracks appearing in financial relations

On investment and solvency

Jack Kruf en Caspar Boendermaker | juni 2019

In April 2019, in consultation with BNG Bank, the annual PRIMO/UDITE meeting of the ‘From Global to Local’ think tank took place. Around 15 public-sector leaders met with BNG Bank to discuss the challenges facing local authorities.

The cracks in the local authority’s financial system are clearly visible.

The recently published Global Risks Report 2019 by the World Economic Forum and a presentation by the City of Delft revealed cracks in the financial situation. Is the financial resilience of the city and region at risk?

Transitions require investment, whilst the council’s solvency is under pressure.

The City of Delft presented its ambitious long-term investment strategy. Investments totaling at least 1.4 billion euros are planned through 2040, of which the council will have to cover approximately 25%.

Lees verder

Is er genoeg financiële kracht om transities het hoofd te bieden?

Johan de Kruijf en Jack Kruf | april 2019

De titel vormde één van de kernvragen in de Denktank From Global to Local van 5 april j.l.  Kijkend naar de voorliggende transities, de toename van risico’s in het publieke domein en het geleidelijk oplopen van achterstanden in beheer en onderhoud, kwam deze vraag nadrukkelijk op tafel. Dus hoe staan we financieel er eigenlijk voor in Nederland? Een eerste verdieping. Minder rooskleurig? Haarscheurtjes? Niet echt hersteld van de kredietcrisis, nu 10 jaar geleden? De serie financiële tegenvallers inzake de transitie van het sociaal domein is nog niet ten einde en trekt diepe sporen. Zijn wij pessimisten? Nee, geenszins, realisten. Niet meer dan dat. De eerste krijtlijnen.

Kengetallen en basiscijfers

Gemeenten en provincies in Nederland hanteren sinds 2016 een set vaste kengetallen om de financiële positie te beoordelen. We belichten solvabiliteit, netto schuldquote ongecorrigeerd en EMU-schuld. Bronnen zijn Centraal Bureau voor de Statistiek, waarstaatjegemeente.nl en Planbureau voor de Leefomgeving.

Lees verder

Public Sector Report 2009

The effects of the downturn

Philippe Auzimour, Sabrina Boshuizen en Jack Kruf | July 2009

In mid-2009, Alarm, Marsh, and PRIMO Europe joined forces by presenting the results of different surveys and round tables, which focused on the public risks companies and governments faced due to the downturn. This article combines this report’s highlights (selected by the editor). The extended survey gave an in-depth look at perceptions and actual risks directly after a massive financial crisis emerged.

The survey shows that risk complexity has increased: over 75% of participants reported that the volume and complexity of risks within their organisation have increased over the last 5 years. 700 Organisations were interviewed, spanning twelve countries and seven industry sectors. Of these organisations, 101 were in public entities. PRIMO Europe interviewed several people from public entity organisations and sent out a survey to public entities, to which 112 people responded. Also, two round tables were held, one in Amsterdam and one in Bournemouth. The results of all interviews, survey responses, and roundtables are included in this report.

Lees verder