PRIMO interview met cdK Wim van de Donk
Inge Sebregts | januari 2009
PRIMO vroeg commissaris van de Koningin Wim van de Donk hoe belangrijk risicomanagement is. Volgens de heer Van de Donk hangt het af van het soort risico’s waar we het over hebben: “In het rapport Onzekere Veiligheid hebben we ons afgevraagd wat de basis is van het risicomanagement en risicobeleid van de overheid en of dit aansluit bij de risico’s waar we voor staan?
Je kiest ervoor om de gevolgen van het risico te beheersen of om de kans dat het risico zich voordoet te beheersen. In het rapport zeggen we dat er nog steeds alle reden is om vast te houden aan deze statische manier van risicobenadering. Er is een bepaald type management nodig bij deze aanpak: het managen van effecten en het verminderen van mislukkingen.
We leven echter in een onzekere veiligheid, het is noodzakelijk om te bepalen of de risicobenadering nog steeds adequaat is met alle risico’s waar we mee te maken hebben. De samenleving wordt geconfronteerd met nieuwe problemen, die in veel opzichten verschillen van de risico’s waarmee we 50 jaar geleden werden geconfronteerd. Het is belangrijk om het risicobeleid aan te passen aan deze nieuwe problemen in plaats van te blijven vasthouden aan de klassieke benadering van risicomanagement.”
Gefabriceerde risico’s
In zijn werk als commissaris van de Koningin houdt Wim van de Donk zich bezig met risicomanagement op verschillende terreinen. Specifiek in de provincie Noord-Brabant staat het probleem Q-koorts hoog op de politieke agenda. “Bij het managen van dit risico ben je snel geneigd om alleen te werken op basis van expert opinions en vergeet je te kijken naar de aannames vooraf. De hele basis van het risicobeleid zou volgens mij veel meer gericht moeten zijn op de ‘manufactured risks’, oftewel de risico’s die veroorzaakt worden door externe factoren en de risico’s die we zelf veroorzaken door ons eigen gedrag.”
Gefabriceerde risico’s zijn een nieuwe categorie risico’s: “Het risico van Q-koorts in de provincie Noord-Brabant is in zekere zin een voorbeeld van zo’n risico. We kenden allemaal het risico, maar de omvang van het risico is toegenomen door de manier waarop we de hele kwestie benaderden. We moeten ons bewust zijn van onze manier van besturen. Meer nog, we moeten meer aandacht besteden en zelfkritisch zijn in onze benadering van dergelijke kwesties. Naar mijn mening is het hele proces van beleidsvorming in essentie het anticiperen op potentiële risico’s en het opvangen van de gevolgen van de risico’s die zich nu voordoen en mogelijk in de nabije toekomst zullen voordoen, inclusief onze eigen beslissingen.”
Onzekerheid als uitdaging
Het rapport richt zich op onzekerheid als uitdaging: “In het tijdperk waarin de industriële wereld ervan uitging dat infectieziekten beheersbaar waren, ontstonden ernstige nieuwe problemen met de komst van AIDS en SARS. De BSE-crisis deed twijfels rijzen over de vanzelfsprekendheid waarmee de veiligheid van voedsel gegarandeerd leek.
Het klimaatprobleem roept nieuwe vragen op in gebieden die lang beheersbaar leken, zoals overstromingen. Maar met nieuwe technologieën zoals biotechnologie en nanotechnologie worden politici en managers telkens weer geconfronteerd met het feit dat het niet vanzelfsprekend is dat ze weten welke risico’s hun aandacht nodig hebben. In dat geval loop je een open mijnenveld in, met alle gevolgen van dien. Begrijpelijkerwijs leidt dit tot felle publieke debatten en een maximum aan media-aandacht.
“Omgaan met onzekerheid vereist ruimte voor early warners.”
In de huidige wetenschappelijke literatuur over risicogovernance hebben deze ervaringen geleid tot nieuwe theorieën. Hierin wordt erkend dat er naast eenvoudige en complexe risicovraagstukken, waarvoor de klassieke risicobenadering wordt gebruikt, ook onzekere en ambigue risico’s bestaan.
In paragraaf 4.1 van het rapport worden de intrinsieke problemen van de klassieke risicobenadering als volgt beschreven: “Op veel gebieden zijn risicobeoordeling en risicomanagement staande praktijken. Als zodanig dragen ze wezenlijk bij tot risicopreventie en risicobeperking van hoge kwaliteit. Uit het rapport:
“Op veel gebieden zijn risicobeoordeling en risicomanagement staande praktijken. Als zodanig dragen ze in aanzienlijke mate bij tot risicopreventie en risicobeperking van hoge kwaliteit. Toch vragen verschillende veronderstellingen van deze aanpak om een reflectie, zowel omwille van de nieuwe omstandigheden waarin het beleid wordt ontwikkeld, als om een aantal theoretische redenen. We zullen vier veronderstellingen bespreken, met name 1) dat beoordeling en beheer altijd afzonderlijk moeten worden uitgevoerd; 2) dat kennis waardevrij is; 3) dat experts over de juiste kennis beschikken en 4) dat kennis van risico’s beheersbaarheid impliceert. Zoals we zullen aantonen, vereist elk van deze veronderstellingen aandacht, niet alleen van de wetenschap maar ook van de politiek.”
Toch vragen verschillende aannames van deze benadering om reflectie, zowel vanwege de nieuwe omstandigheden waaronder beleid wordt ontwikkeld, als om een aantal theoretische redenen. Van de Donk: “Zoals we zullen laten zien, vereist elk van deze aannames aandacht, niet alleen van de wetenschap maar ook van de politiek. Deze nieuwe soorten risico’s worden gekarakteriseerd als onzekerheden over de kansen en/of de omvang van potentiële schade, en moeten naar mijn mening op een andere manier beoordeeld worden zoals we dat nu doen met bijvoorbeeld de Monte Carlo Simulatie.
Zo’n classificatiesysteem dat door politici kan worden gebruikt – en dat veel meer parameters en factoren heeft om rekening mee te houden – bevindt zich in een vroeg stadium van ontwikkeling. De complexiteit en kwantiteit van nieuwe risico’s vragen om een nieuwe benadering van risicomanagement. Hierin moeten de talen van experts, managers en politici worden gecombineerd”.
Complexe risico’s
Volgens Wim van de Donk zijn de risico’s in de samenleving inderdaad complexer geworden: “Het managen van risico’s is ingewikkelder geworden, omdat de complexiteit van de risico’s toeneemt. Risico’s zijn steeds meer met elkaar in tegenspraak. We moeten altijd kiezen voor en focussen op risico’s met een hoge urgentie, hoge waarschijnlijkheid en hoge impact aan de ene kant en aan de andere kant de kleine risico’s nooit onderschatten. We moeten hier alert op zijn. Ze kunnen zich op korte termijn ontwikkelen van heel klein tot heel groot.”
Het WRR-rapport beschrijft deze nieuwe risicobenadering: “Deze nieuwe risicobenadering heeft de afgelopen jaren vorm gekregen. Daarbij is steeds duidelijker geworden dat risico een aanzienlijk complexer begrip is dan lange tijd werd aangenomen. In de nieuwe aanpak gaat het dan ook niet om bekende risico’s, maar staan onzekerheden centraal. Deze moeten namelijk worden vertaald naar risico’s die bespreekbaar zijn.
Deze vertaling zal niet altijd volledig zijn. Wanneer de beslissing moet worden genomen, zal er altijd onzekerheid blijven bestaan. De nieuwe risicobenadering vereist specifieke organisatorische eisen. Het vereist bijvoorbeeld voorzichtigheid die tot uiting komt in de bereidheid om meerdere disciplinaire problemen vanuit verschillende perspectieven te bekijken.
Waar de klassieke risicobenadering een duidelijke rolverdeling en goed gedefinieerde coördinatieprocedures kende, brengt deze risicobenadering meer bedreigingen met zich mee in onzekere en ambigue risicoproblemen. Omgaan met onzekerheid vereist flexibiliteit, afwisseling en ruimte voor vroegtijdige waarschuwers.
Volgens commissaris en professor Wim van de Donk hebben we de neiging om niet altijd rationeel om te gaan met risicobeleid: “Iets wat veel aandacht krijgt in de media, of waar een sexy geluid aan zit, krijgt veel ophef. Het is belangrijk om aandacht te blijven besteden aan de meer eenvoudige – bijna niet zichtbare, maar wel sterk bestaande en essentiële – risico’s. Het rapport biedt naar mijn mening een interessant inzicht in het risicobeleid van de overheid en de uitdagingen die voor ons liggen.”
Bibliografie
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2008). Onzekere veiligheid. Verantwoordelijkheden rond fysieke veiligheid (rapport nr. 82). Amsterdam University Press.
Download rapport.