Betrokken burgers

Onmisbaar voor een toekomstbestendige leefomgeving

Planbureau voor de Leefomgeving | 2023

In dit PBL-signalenrapport wordt aan de hand van acht signalen ingegaan op de vraag hoe overheden beter met burgerbetrokkenheid om kunnen gaan. De overheid denkt bij betrokkenheid vooral aan participatie terwijl aandacht voor eigen initiatief, voor weerstand, voor de ervaringen, wensen en mogelijkheden van burgers en voor hoe het beleid voor verschillende groepen uitwerkt misschien wel belangrijker is. Download rapport.

Nederland staat voor ingewikkelde veranderopgaven met ingrijpende gevolgen voor het dagelijkse leven van burgers. Alleen met de inbreng, ideeën en inzet van burgers en de steun voor en acceptatie van beleid door de samenleving kunnen we de grote veranderopgaven aangaan om Nederland toekomstbestendig te maken; of het nu om fossielvrije energie, klimaatadaptatie, de grote woningtekorten of een natuurvriendelijker landbouw gaat. Om overheden hiertoe een handelingsperspectief te bieden komt het rapport met de volgende signalen:

  • Burgerbetrokkenheid gaat over meer dan participatie.
  • Versterk de kwaliteit van participatie.
  • Neem weerstand serieus.
  • Maak diversiteit van burgers uitgangspunt van beleid.
  • Deel de feiten en zorg ervoor dat beleid begrijpelijk is.
  • Faciliteer burgerinitiatief en werk samen aan de opgaven.
  • Maak duurzaam gedrag logisch; zorg voor een geschikte omgeving en context.
  • Leer meer van de ervaringen met en de kennis van burgers.

Belangrijke conclusies zijn dat burgerbetrokkenheid er toe doet in alle fasen van de beleidscyclus, dat rekening dient te worden gehouden met diversiteit van burgers, en dat duurzaam gedrag gemakkelijker moet worden gemaakt. Zo zijn overheden verantwoordelijk voor het stimuleren en logisch maken van duurzaam handelen, bijvoorbeeld door het makkelijker en goedkoper te maken.

[pdf-embedder url=”https://civitasnaturalis.com/wp-content/uploads/2023/03/pbl-2023-betrokken-burgers-signalenrapport-4957_0.pdf”%5D

Democratie in de gemeente

Coördinatie Hans Vollaard (Universiteit Utrecht) en Giedo Jansen (Universiteit van Amsterdam) | 2023

Dit rapport doet verslag van onderzoek naar lokale democratie vanuit het perspectief van de kiesgerechtigde inwoners. Lokale democratie is meer dan verkiezingen alleen. Daarom richt het rapport zich niet alleen op opkomst en stemkeuze, maar ook op andere vormen van politieke participatie (zoals inspraak) en de besluitvorming en dienstverlening door het gemeentebestuur. Download rapport.

Verkiezingen heten vaak het feest van de democratie. De gemeenteraads-verkiezingen van 2022 staan echter niet te boek als een uitbundig feest. Natuurlijk, partijen met zetelwinst waren blij. Lees verder “Democratie in de gemeente”

A shift in paradigm?

Collaborative public administration in the context of national digitalization strategies

Gerhard Hammerschmid, Enora Palaric, Maike Rackwitz and Kai Wegrich | Wiley Online Library

Despite claims of a paradigmatic shift toward the increased role of networks and partnerships as a form of governance—driven and enabled by digital technologies—the relation of “Networked Governance” (NG) with the pre-existing paradigms of “Traditional Weberian Public Administration” and “New Public Management” remains relatively unexplored.

This research aims to collect systematic evidence on the dominant paradigms in digitalization reforms in Europe by comparing the doctrines employed in the initial and most recent digitalization strategies across eight European countries: Estonia, France, Germany, Italy, The Netherlands, Norway, Spain, and the United Kingdom.

We challenge the claim that NG is emerging as the dominant paradigm in the context of the digitalization of the public sector. The findings confirm earlier studies indicating that information and communication technologies tend to reinforce some traditional features of administration and the recentralization of power. Furthermore, we find evidence of the continued importance of key features of “New Public Management” in the digital era.

This considered, we can conclude that our research confirms that NG is an “academic invention” and a normative framework describing how public administration should be organized rather than a model capturing the empirical reality. It may be time for research to reappraise the role of bureaucracy in the digital era.

12 Principes van Goede Besturing

Deel uit ‘The Allegory of Good and Bad Government, a series of three fresco panels painted by Ambrogio Lorenzetti between February 1338 and May 1339.

Raad van Europa | 2008

De Raad van Europa heeft 12 principes voor goede besturing vastgesteld. Zij dienen als uitgangspunten, randvoorwaarden en richtlijnen bij het effectief handelen in publieke zaken. Het is een nobele set en een aansporing voor elk bestuur en elke organisatie. Het is spannend om te weten waar mechanismen van bijsturing zitten en hoe deze werken, indien niet voldaan wordt aan één of meer van de principes (Engels):

    1. Participation, Representation, Fair Conduct of Elections.
    2. Responsiveness.
    3. Efficiency and Effectiveness.
    4. Openness and Transparency.
    5. Rule of Law.
    6. Ethical Conduct.
    7. Competence and Capacity.
    8. Innovation and Openness to Change.
    9. Sustainability and Long-term Orientation.
    10. Sound Financial Management.
    11. Human Rights, Cultural Diversity and Social Cohesion.
    12. Accountability.

De overlevering leert ons dat hiervoor een hoog organiserend vermogen nodig is van de bestuurders en managers die de principes geacht worden te hanteren. Siena werd in de veertiende eeuw – toen een staat, geen stad – erg goed geleid. Persoonlijke kwaliteiten dus. Anders gezegd: Siena kwam tot bloei omdat er goede bestuurders zaten.

Wat was hun geheim, wat hun competenties? Een addendum bij deze principes inzake de noodzakelijke competenties is eigenlijk gewenst. Wij weten: zonder goede mensen, geen succes.

Foto: Lorenzetti, A. (1339). The Effects of Good Government. Siena, Sala dei Nove.

WMO en het managen van risico’s

Jan-Willem Boissevain, Logica en Jack Kruf, gemeente Roosendaal | 29 maart 2007, Rotterdam

Per 1 januari 2007 is de WMO van start gegaan. Iedereen bereidde zich voor op woedende burgers, enorme wachtlijsten en stapels bezwaarschriften. Maar niets van dat alles. Toch zijn de risico’s reëel. Misschien niet op korte termijn, maar op lange termijn neemt de vraag naar middelen en voorzieningen toe. Hoe bereiden de betrokken organisaties zich hierop voor?

In de Trouwzaal van het Rotterdamse stadhuis kwamen 29 maart vertegenwoordigers van de WMO-keten bij elkaar, van zorgaanbieder tot gemeente. Aan de hand van stellingen kwam een levendige discussie op gang over de kansen en risico’s van het nieuwe beleid.

Jetty Voermans is de gespreksleider van de avond. Als zelfstandig adviseur, voormalig projectleider WMO bij de VNG en sinds kort ook wethouder van de gemeente Zeevang, weet zij meer dan genoeg over de WMO. “Ik had verwacht dat de telefoons roodgloeiend zouden zijn, de kranten vol met de WMO, maar dat is uitgebleven”, concludeert Voermans over de media-aandacht over de WMO.

Daar is Yvonne Frank, directeur Maatschappelijke Dienstverlening van de Rotterdamse Dienst SoZaWe (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) het niet mee eens. “Zeker de Rotterdamse kranten niet gezien”, zegt ze. Ook de andere aanwezige gemeenten knikken instemmend: van radiostilte rond de WMO is lokaal geen sprake.

Kwaliteit zorg

De WMO baart zorgen, blijkt uit de zaal. Zo maakt wethouder Kees Jongmans van de gemeente Roosendaal zich zorgen om onrustgevoelens bij zijn inwoners. “Ze hebben nu al het gevoel dat het niveau van zorg is afgenomen. Dat terwijl we nu bezig zijn ons beleid vast te stellen. De echte invoering van de WMO heeft de burger van Roosendaal nog niet kunnen ervaren.”

Yvonne Frank van Rotterdam haakt daarop in: “In feite hebben de Rotterdammers ook nog niks gemerkt van de WMO. We hebben net de Europese Aanbestedingen gehad, wij zijn nog niet gestart met de werking. Toch is er een hoop onrust. Ik denk dat dit komt doordat gevolgen van de WMO niet uit te leggen is aan de burger. Ze vrezen nadelige gevolgen: bestaande cliënten zijn bang hun vaste hulpverlener kwijt te raken.” Kees Jongmans vult aan: “En voor de rest van de burgers is het een ‘ver van mijn bed’-verhaal.”

De beleving van zorg is gelijk aan 2006 volgens onderzoek van CAK-BZ. “Het verschil is de burger nog niet duidelijk”, zegt Ian Gerrard, stafmanager Relatiebeheer bij het Centrale Administratiekantoor Bijzondere Zorgkosten.

Volgens Kees Jongmans brengt de WMO juist verbeteringen voor de burger. “Bijvoorbeeld minder administratieve lasten.” Kees de Zeeuw, projectleider invoering WMO in West-Brabant, valt hem bij. “Ook de kwaliteit van de zorg kan verbeteren, doordat zorginstellingen nu zelf belang bij hebben hoe de zorg verloopt. Als gemeente controleer je of zij hun werk goed doen. Doen ze dat niet? Dan zijn er grote gevolgen.”

Europese Aanbestedingen

Eerst moeten zorginstellingen via Europese Aanbestedingen(EA) zorgen dat zij voor een gemeente het beleid mogen uitvoeren. Maar deze EA kunnen de relatie tussen gemeenten en zorginstellingen wel verslechteren. Dat merkte Ineke van Hofwegen, afdelingshoofd Individuele Aanvragen WMO van de gemeente Zwolle. “Net als Rotterdam verloor onze grootste zorgaanbieder in de regio de EA. Ze hebben ons toen voor de rechter gedaagd. Vervolgens moesten we opnieuw aanbesteden. Dat verbetert niet bepaald de relatie.”

In Rotterdam is de situatie anders. “Als gevolgd van de EA hebben we te maken met 3 gecontracteerde aanbieders die heel anders moeten gaan werken dan voorheen gebruikelijk was”, vertelt Frank van de Dienst SoZaWe. “Men dient in eerste instantie zelf te bepalen, dus zonder formele indicatie, of en zo ja hoeveel hulpverlening een klant nodig heeft. Natuurlijk, we controleren steekproefsgewijs. Zo lossen wij nu ook het wachtlijstprobleem van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in Rotterdam op. En dat werkt. Vanaf 23 april kan elke Rotterdammer zelf kiezen bij welke door ons geselecteerde aanbieder zij aankloppen. Dan hebben ze binnen 48 uur zorg. De eerste weken mag de zorgaanbieder zelf bepalen hoeveel hulp nodig is. Daarna komen wij, als hulp langer dan 6 weken nodig blijkt te zijn, met een indicatie waarop de inzet wordt aangepast.”

“Door de EA kunnen we wel degelijk kosten besparen, namelijk door administratieve lasten terug te dringen”, zegt Kees Jongmans. “In Roosendaal hebben we nu één loket waaruit iemand al zijn zorg kan aanvragen, alles kan regelen. Dat gaat veel efficiënter.” Toch zijn de financiële risico’s van de WMO nog niet helemaal duidelijk. “Dat zien we pas over 4 à 5 jaar, als de WMO echt is ingevoerd”, zegt Kees de Zeeuw.

Civil society

Zeker is dat door de opkomende vergrijzing de vraag naar zorg toeneemt. Met lokale zorgloketten wordt de toegang tot zorg makkelijker. Maar door de afnemende beroepsbevolking en de stijgende zorgvraag kan de zorg in de problemen komen. De WMO legt de eerste verantwoordelijkheid bij de zogenaamde civil soceity. De aanwezigen zijn positief over de kansen van de civil society, waarbij vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties als bindmiddel voor de samenleving voor kostenbesparing en de nodige krachten kunnen zorgen.

“Ouderen blijven actiever, vergeleken met voorgaande generaties”, zegt Kees de Zeeuw. “Als we het voor hun als vrijwilligers aantrekkelijk maken om op een flexibele manier vrijwilligerswerk te doen, vangen we een hoop gaten op.” Anke Wiegmans sluit zich bij hem aan: “Er zijn voldoende burgerinitiatieven.” Ze noemt het Twentse begrip noarberschap, de traditionele burenhulp. “We moeten deze sociale netwerken faciliteren en goed op de kaart zetten. Dan kan die civil society haar werk blijven doen”, zegt het afdelingshoofd Publiekszaken van de gemeente Almelo.

“Ook in Zwolle is er duidelijk een vraag naar een buurtgemeenschap”, vertelt Ineke van Hofwegen. “Als gemeente moeten we dat ondersteunen. Belangrijk hierbij is dat we met alle zorgpartners samenwerken.”

Een risico is echter de toenemende individualisering. Er zijn stimulansen en arrangementen nodig om die tegen te gaan. LogicaCMG WMO-expert John Franssen noemt één van de terreinen waar die arrangementen mogelijk zijn. “Een stedenbouwkundige: door de stad anders in te delen, rem je het individualisme.”

Informatie-uitwisseling

Hoewel het landelijk stil blijft, kampen gemeenten wel degelijk met lokale kritiek op de WMO. Heldere communicatie speelt daarbij een sleutelrol. “Niet alleen naar de burger toe”, zegt Nelie Duijm, waarnemend directeur van Stichting Kwadraad. “We moeten met de verschillende partijen in gesprek blijven. We staan nu niet meer alleen, maar moeten intensief samenwerken om de kwaliteit van zorg in stand te houden.”

Volgens Yvonne Frank van de gemeente Rotterdam moeten gemeenten daarbij niet bang zijn de regierol op zich te nemen. “Durf op te komen voor jouw belangen. Hoe? Blijf met elkaar praten.”

“Maar praat ook onderling”, zegt Ian Gerrard van het CAK-BZ. “Want wat mij opvalt, is dat 450 gemeenten in Nederland niet samenwerken. Jullie hoeven niet zelf steeds het wiel uit te vinden. Deel ervaringen, wat ging goed? Wat ging slecht? Daar kan elke gemeente wat van opsteken.” En daar stemt iedereen mee in.


Wat is de WMO?

Sinds 2007 moeten gemeenten de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) uitvoeren. De WMO moet een samenhangend lokaal beleid worden op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en bijbehorende terreinen. Tekorten moeten gemeenten zelf aanvullen, daarom is kostenbeheersing belangrijk. Dat kan door de zorg flexibel te verstrekken en een grotere inzet van mantelzorgers en vrijwilligers.

Zelf debatteren?

Aan de hand van de volgende stellingen discussieerden de aanwezigen tijdens het Ronde Tafelgesprek:

    • De gemeenten hebben de WMO uitstekend ingevoerd. Financiële risico’s zijn goed afgedekt en het niveau van de zorg is op peil gebleven.
    • Het toewijzen van zorg door de leveranciers zelf (thuiszorginstellingen) kost de gemeente geld.
    • Marktwerking verstoort de ketenaanpak en vormt een belemmering voor goede informatie-uitwisseling.
    • De gemeenten zijn in staat om de ‘civil society’ een krachtige impuls te geven.

Noot

Op 18 april 2007 vindt een grote demonstratie plaats in Den Haag. Zo’n 750 mensen die in de thuiszorg en huishoudelijke verzorging werken protesteerden tegen de veranderingen in de zorg, waaronder de WMO.

Water: Bend the Trend

PBL Netherlands Environmental Assessment Agency / Planbureau voor de Leefomgeving | 2023

This study The Geography of Future Water Challenges – Bending the trend shows that there is a great urgency to tackle global water and climate adaptation issues. This will require radical changes in the thinking about the value of water and in policy development worldwide, not only within the water sector itself, but also in adjacent sectors, such as agriculture, industry, energy, urban development, infrastructure and spatial planning, and nature.

The study concludes that required changes in policy development are necessary and comes with formulating nine critical and conditional steps to break away from business-as-usual approaches and really bend the trend, from a local to a global level:

Increase the level of urgency

  • Acknowledge the importance and pivotal role of water
  • Valuing water: broaden the scope
  • Start now, but plan way beyond 2030 and be adaptive

Innovate approaches

  • Let water be leading: adopt a river-basin and ecosystem-based approach
  • Envisioning the future: develop high ambition pathways
  • Improving policy coherence

Improve global governance

  • Strengthening global water governance and capacity
  • Scaling up funding for water and climate adaptation
  • Building a shared water agenda and process to create perspective

With a central role for water, the study explores pathways to reduce water and climate risks in four types of ‘hotspot landscapes’: river basins, deltas and coasts, drylands, and cities.

Water is linked to all Sustainable Development Goals (SDGs). Addressing water- and climate-related challenges from a ‘water’ perspective is projected to contribute in many ways to the SDGs and thus to sustainable development, as this study shows.

In their 2022 report the IPCC concluded that the increasing climate risks require urgent attention and climate adaptation efforts worldwide, and that transformational approaches are needed yet hardly found. On page 14 the related risks are summarised.

Despite a growing world population, a growing economy and further climate change, the study shows that much can be accomplished with respect to reducing water use by households, industries and agriculture, the risk of flooding by rivers and the sea, and water pollution and ecological deterioration.

In addition, land subsidence in delta areas can be countered, food production in dryland areas can be doubled with half the water use, and the risk of local and cross-border conflict can be greatly reduced. A wicked sustainability problem is the construction of new dams; while contributing to the production of renewable energy, dams also have a negative impact on the hydrodynamics and sediment flows in rivers as well as on ecological quality.

[pdf-embedder url=”https://civitasnaturalis.com/wp-content/uploads/2023/03/pbl-2023-geography-of-future-waterchallenges-bending-trend-4376.pdf”%5D
tekst

Download report

Staat van het Bestuur 2022

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) | 2022

De Staat van het Bestuur biedt elke twee jaar een beeld van hoe het decentrale openbaar bestuur in Nederland ervoor staat. Het bundelt actualiteiten, trends en ontwikkelingen en combineert de functie van langjarige monitoring en signalering voor de kortere termijn.

Naast de constanten die het openbaar bestuur in Nederland kenmerken, toont de Staat van het Bestuur 2022 een beeld van een openbaar bestuur dat vanuit verschillende kanten onder druk staat. Internationale, economische, ecologische en maatschappelijke ontwikkelingen en crisissituaties stellen het bestuur voor uitdagingen in een omgeving waarin het vertrouwen in de politiek onder druk staat en er beperkte middelen beschikbaar zijn. In het decentraal bestuur zelf neemt de versnippering toe en is ook het verloop onder bestuurders en volksvertegenwoordigers groot.

In deze context werpen het themahoofdstuk in de Staat, van de hand van Albert Jan Kruiter, en de essaybundel Realiserend bestuur: daadkrachtig en responsief hun licht op een bestuur dat een bijdrage levert aan de oplossing van maatschappelijke problemen: het realiserende bestuur. De perceptie en waardering van een bestuur dat realiseert en ‘presteert’, is dynamisch. Het is tijd- en plaatsgebonden en ook in hoge mate politiek bepaald. In deze essaybundel wordt hier vanuit verschillende invalshoeken naar gekeken.