Denktank ‘From Global to Local’ 2015

Op weg naar een vertaling

Eric Frank en Jack Kruf | april 2015

Een denktank van bestuurders, managers en controllers richtte zich ten kantore van BNG Bank te Den Haag op het Global Risks Report 2015 van het World Economic Forum. Het gesprek spitste zich toe op significante risico’s binnen de context van de maatschappelijk vraagstukken in Nederland en specifiek op de vertaling ervan naar de lokale en regionale praktijk van het openbaar bestuur.

PRIMO met UDITE hebben daarbij voor een multi-disciplinaire samenstelling van de groep gekozen, zodat alle invalshoeken van het publieke domein aan bod komen en worden belicht in de 2e Denktank Nederland ‘From Global to Local’.

v.l.n.r. Carl Samuels, Koen Haer, Eric Frank,, Wouter Slob, Jaap Gelok, Eugène Meuleman, Lonneke de Waal, Theo Dijkstra, Harrie Scholtens, Richard Meulenbroek, Jack Kruf, John Kuijten en Martin van der Bijl .

Introductie

Een goed gemêleerd gezelschap met een rijk palet aan functionarissen vanuit de diverse overheidsgeledingen, nam intensief en zeer betrokken deel aan de discussie inzake de meest in het oog springende ontwikkelingen, bedreigingen en risico’s, op lokaal en regionaal niveau. Onder leiding van gespreksleider Jack Kruf werd begonnen met de introductie van een ieder.

Na deze introductie nam gespreksleider Kruf het gezelschap mee door een aantal cruciale onderwerpen van het Global Risks Report 2015. Er werd getoond wat de top vijf van risico’s nu is en het verloop ervan in de laatste 10 jaar.

Voor het jaar 2015 staan de volgende top 5 risico’s vermeld naar impact: 1. watercrisis, 2. snelle en grootschalige verspreiding van infectieziekten, 3. massa-vernietigingswapens 4. conflicten tussen landen met consequenties voor een groter gebied en 5. falen in klimaat-adaptatie.

De 5 risico’s naar waarschijnlijkheid zijn 1. conflicten tussen landen met consequenties voor een groter gebied, 2. extreem weer-gebeurtenissen, 3. falen van landelijke governance, 4. uiteenvallen vallen van of crisis in landen en 5. hoge structurele werkloosheid of te lage werkgelegenheid.

Waarneming

In zijn algemeenheid is het gezelschap geschokt door de aangegeven wereldwijde risico’s. Zij zijn herkenbaar, omdat een deel direct betrekking heeft op Nederland. Het rapport geeft perspectief en noodzaak om naar de eigen lokale en regionale situatie te kijken. Het rapport risico’s voor de mensheid en voor de aarde. Het zijn bijna allemaal publieke risico’s. Klimaatverandering, waterbeschikbaarheid en overstromingen, onveiligheid, cybercrime, inkomensongelijkheid, werkloosheid et cetera.

Het is tijd voor echte reflectie, is het unanieme standpunt, weg van de dag-dagelijkse praktijk van onze regels, processen, systemen en vooral van de sterk media-gestuurde democratie, die de politiek steeds meer in haar greep lijkt te hebben.

De gespreksleider stelt dat lokaal gezien men weinig weet heeft van het Global Risks Report. Men is sowieso nog weinig bezig met management van risico’s, vaak als gevolg van de drukte van het werk en het negatieve aureool erboven. 

Gebrek aan tijd gaat ten koste van het nemen van reflectie en dialoog die vaker nodig lijkt. Een groot obstakel, zo wordt algemeen gesteld, is het veel voorkomend wantrouwen. 

Men vertrouwt de politiek niet, en daardoor de bestuurlijke aansturing voor het ambtelijk apparaat. Wantrouwen in de leiding, wantrouwen ten opzichte van elkaar, is een veel beluisterd probleem. De bijeenkomst was unaniem aanleiding om gezamenlijk verder te spreken en de vertaling van het rapport naar lokaal niveau verder ter hand te nemen.

Partners

De Denktank wordt uitgevoerd in partnerschap met UDITE, de Europese Vereniging van Gemeentesecretarissen, en BNG Bank.

Leden van de Denktank 2015

  • Martin van der Bijl, adviseur Publiek Maatwerk Project, Region West-Brabant.
  • Theo Dijkstra, concerncontroller gemeente Groningen.
  • Eric Frank, directeur PRIMO Nederland.
  • Jaap Gelok, burgemeester gemeente Borsele en portefeuillehouder nucleaire veiligheid veiligheidsregio Zeeland.
  • Koen Haer, programmamanager Vereniging voor Overheidsmanagement.
  • Jack Kruf, president PRIMO Europe, dagvoorzitter.
  • John Kuijten, programmanager contracten BNG Bank.
  • Richard Meulenbroek, gemeentesecretaris gemeente Breda.
  • Eugène Meuleman, programmamanager Unie van Waterschappen.
  • Carl Samuels, projectleider gemeente Bergen op Zoom en Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant.
  • Harrie Scholtens, programmamanager European Institute of Public Administration
  • Wouter Slob, gemeentesecretaris gemeente Medemblik.
  • Lonneke de Waal, accountmanager 100.000+ gemeenten BNG Bank.

PPS is een mindset: niet een wijze van bouwen

Harry Sterk | april 2010 (vertaald door Jack Kruf)

De belangrijkste verschillen tussen traditionele en PPS-projecten zijn volgens Harry sterk de manier waarop kosten worden gedefinieerd en hoe bouwplannen worden gemaakt. Bij een PPS-project worden de totale kosten van een project in het licht van de levenscyclus van een project geplaatst.

Harry Sterk

Traditioneel ligt de focus ‘slechts’ op de initiële bouwkosten en blijven bijvoorbeeld onderhoud en andere ‘post initiële’ kosten buiten beschouwing. De initiatiefnemer maakt geen gedetailleerd plan, maar formuleert wat er binnen een bepaald kader moet gebeuren: de outputspecificaties. 

De uitbestedende partij wordt dus gestimuleerd om binnen dat kader creatief en slim te zijn en een totaaloplossing te ontwikkelen. Als het project is gerealiseerd, ontvangt de opdrachtnemer een vergoeding op basis van de daadwerkelijke vervulling van deze outputspecificaties. Deze prikkel stimuleert de aannemer om scherp te blijven gedurende de gehele looptijd van het project. Het verklaart ook waarom de overgrote meerderheid van PPS-projecten op tijd en binnen budget wordt opgeleverd.

Lees verder “PPS is een mindset: niet een wijze van bouwen”

Publiek-Private Partnerschappen

Als nieuwe impuls voor de samenleving

Philippe Auzimour, Sabrina Baker and Jack Kruf | april 2010

Risico’s in evenwicht brengen in een financiële crisis

Biedt de financiële crisis een kans voor het in evenwicht brengen van risico’s in infrastructuurprojecten en publiek-private partnerschappen? Het partnerrisico wordt door overheidsinstanties gezien als een van de belangrijkste risico’s in de risico-enquête die Marsh en PRIMO Europe in het derde kwartaal van 2009 hebben uitgevoerd. Uit de enquête blijkt dat 59% van de deelnemers het partnerschaprisico als significant beschouwt – een vergelijkbaar percentage als voor risico’s met betrekking tot openbare aansprakelijkheid en bedrijfscontinuïteit. 

Auzimour: “In heel Europa zijn de mislukte projecten toegenomen door de recessie. als gevolg daarvan is het aantal transacties en de totale waarde gedaald. De bedrijven die op projecten bieden, hebben het nu moeilijk om het kapitaal en de financiering te vinden om ze uit te voeren, en overheidsinstanties hebben hun eigen problemen in dit opzicht, omdat de instellingen die hun schuld financieren in de problemen komen. Deze problemen hebben allemaal een impact op de tijd die een project nodig heeft om zijn financial close te bereiken en verhogen het risico op partnerschap, ongeacht de contractuele regeling.”

Lees verder “Publiek-Private Partnerschappen”

Staat van de rijksverantwoording 2024

Algemene Rekenkamer | mei 2025

In het kader van de verantwoording van het rijk publiceert de Algemene Rekenkamer haar bevindingen. Deze zijn zeer kritisch, soms zelfs alarmerend. Vanuit het perspectief van PRIMO Res publica blijkt dat het vak publiek risicomanagement, zijnde het ex ante zorgvuldig bestuderen en vervolgens hierop handelen inzake na te streven publieke waarden en doelen en mogelijke schades die zich hier kunnen voordoen, niet of nauwelijks een plek heeft binnen de rijksoverheid. De rijksoverheid heeft nota bene in 2003 de lagere overheden bestookt met stringente wetgeving inzake weerstandsparagrafen en introductie van risico-analyses en -verantwoordingen, maar blijft zelf (wederom) ernstig in gebreke.

“Ministers melden weinig resultaten van beleid. Wat maatregelen van ministers bijdragen aan het halen van kabinetsdoelen, kan het parlement moeilijk volgen. De rijksoverheid kampt verder met ernstige problemen in de bedrijfsvoering bij 3 ministeries: Justitie en Veiligheid, Defensie en Buitenlandse Zaken. Bij twee ministers heeft de Algemene Rekenkamer volgens de wettelijke procedure bezwaar aangetekend. Andere ministeries slagen er soms wel in om hardnekkige problemen op te lossen. 

Lees verder “Staat van de rijksverantwoording 2024”

Morele emoties en risicopolitiek

Rede uitgesproken door Prof. Dr. Sabine Roeser bij de aanvaarding van het bijzonder hoogleraarschap

Sabine Roeser | december 2011

“Risicovolle technologieën geven vaak aanleiding tot verhitte en emotionele publieke debatten; denk bijvoorbeeld aan klonen, genetische gemodificeerd voedsel, vaccinatieprogramma’s, CO2-opslag en kernenergie. Terwijl grote delen van het publiek vaak bang zijn voor ongewenste gevolgen van dergelijke technologieën, benadrukken deskundigen doorgaans dat de risico’s te verwaarlozen zijn. Zij beschuldigen het publiek er vaak van emotioneel en rationeel te zijn en niet open te staan voor objectieve informatie.

Beleidsmakers reageren op deze kloof tussen deskundigen en publiek meestal op één van twee manieren: ze negeren de emotionele reacties van het publiek ten gunste van de deskundigen, of ze accepteren de emoties van het publiek als een onvermijdelijk gegeven en als een redden van een controversiële technologische ontwikkeling te verbieden. Beide reacties zijn gegrond in de veronderstelling dat de emoties van het publiek irrationeel zijn en een debat onmogelijk maken.” Lees meer

Samenvatting (PRIMO Res Publica)

In haar oratie, uitgesproken op 1 december 2011 aan de Universiteit Twente, stelt prof. dr. Sabine Roeser dat emoties niet irrationeel zijn, maar een fundamentele rol spelen in morele oordeelsvorming, met name in de context van risicovolle technologieën. Tegen de achtergrond van verhitte debatten over zaken als genetisch gemodificeerd voedsel, kernenergie en klimaatverandering, betoogt Roeser dat publieke emoties over risico’s serieuze aandacht verdienen en niet simpelweg moeten worden afgedaan als irrationele obstakels voor beleidsvorming.

In de technocratische benadering van risico’s ligt de nadruk op objectieve kansberekening en kosten-batenanalyses. Deze methoden zijn gebaseerd op het utilisme, dat stelt dat handelingen gerechtvaardigd zijn als ze de beste uitkomst voor het grootste aantal mensen opleveren. Roeser wijst echter op de beperkingen hiervan: deze benadering houdt geen rekening met rechtvaardigheid, autonomie of motieven. Leken blijken in hun risicopercepties juist vaak wel oog te hebben voor deze aspecten, zoals of een risico vrijwillig genomen is, of het eerlijk verdeeld is, en of het chronisch of catastrofaal van aard is.

Roeser stelt dat emoties zoals empathie, compassie en verontwaardiging ons helpen om deze morele aspecten van risico’s te onderkennen. Ze voert daarbij aan dat moderne emotietheorieën, evenals neurologisch onderzoek van onder anderen Antonio Damasio, aantonen dat emoties een integraal onderdeel zijn van rationele besluitvorming. Mensen die door hersenschade geen emoties meer ervaren, blijken niet langer in staat tot praktische oordeelsvorming of verantwoord risicogedrag.

Tegenover de gebruikelijke scheiding tussen rede (analytisch, betrouwbaar) en emotie (intuïtief, onbetrouwbaar) plaatst Roeser een alternatieve visie waarin emoties cognitieve elementen bevatten en kunnen bijdragen aan morele reflectie. Emoties vormen volgens haar dus geen obstakel, maar juist een noodzakelijke bron voor het begrijpen van risico’s op een moreel verantwoorde manier.

Dit inzicht heeft belangrijke implicaties voor experts, beleidsmakers en burgers. Experts zouden zich bewust moeten zijn van hun eigen emotionele betrokkenheid, bijvoorbeeld enthousiasme over technologie of angst voor reputatieschade. Beleidsmakers moeten balanceren tussen emoties en argumenten van verschillende betrokkenen en mogen hun beslissingen niet puur baseren op cijfers of de grillen van de publieke opinie.

Roeser bespreekt onder meer het debat over kernenergie na de ramp in Fukushima, waarbij tegenstanders van kernenergie vaak als irrationeel en emotioneel werden weggezet. Zij bepleit dat dit type reacties niet alleen onterecht, maar ook contraproductief zijn. Emoties kunnen immers wijzen op gerechtvaardigde zorgen die ethisch en politiek serieus genomen moeten worden. Ook bij klimaatverandering speelt het gebrek aan emotionele urgentie een rol in het beperkte handelingsperspectief van het publiek. Emoties kunnen hier zowel het bewustzijn als de motivatie vergroten.

Roeser introduceert een alternatief model dat ze “emotionele deliberatie” noemt. In plaats van te vervallen in de technocratische valkuil (emoties uitsluiten) of de populistische valkuil (emoties klakkeloos volgen), pleit zij voor een benadering waarin emoties onderdeel zijn van een geïnformeerde, open en inclusieve dialoog. Door morele emoties bespreekbaar te maken, kunnen gerechtvaardigde bezwaren onderscheiden worden van irrationele angsten. Informatie moet zó worden gepresenteerd dat ze emotioneel begrijpelijk is voor leken.

Tot slot benadrukt Roeser dat technologie altijd morele implicaties heeft, en dat het serieus nemen van emoties in de risicoanalyse leidt tot humanere en rechtvaardigere besluitvorming. Haar werk draagt bij aan een breder humanistisch ideaal waarin het hele spectrum van mens-zijn – rede én emotie – tot zijn recht komt. Emoties zijn essentieel voor morele kennis en dus voor het ontwikkelen van verantwoord beleid rond risicovolle technologieën.

De belangrijkste conclusies

Emoties zijn niet irrationeel, maar essentieel voor moreel inzicht:

  • Emoties vormen een bron van praktische rationaliteit en zijn nodig om morele aspecten van risico’s te begrijpen.
  • Ze maken ons bewust van waarden als rechtvaardigheid, eerlijkheid en autonomie, die in technocratische benaderingen vaak ontbreken.

Publieke emoties over technologie zijn waardevol:

  • Leken hebben vaak een breder en moreel relevanter begrip van risico’s dan experts, mede dankzij hun emoties.
  • Risico-emoties wijzen op zorgen die verder gaan dan statistische kansberekening, zoals angst voor onrechtvaardige verdeling van risico’s.

De technocratische en populistische valkuilen moeten worden vermeden:

  • Technocratie: emoties worden genegeerd ten gunste van kwantitatieve analyse → leidt tot vervreemding en verzet.
  • Populisme: publieke emoties worden klakkeloos gevolgd → belemmert rationele besluitvorming.
  • Beide benaderingen zijn gebaseerd op een onterechte scheiding tussen rede en emotie.

Alternatief model: emotionele deliberatie:

  • Emoties moeten een expliciete rol spelen in de publieke dialoog over risicovolle technologieën.
  • Door morele emoties te erkennen en kritisch te bespreken ontstaat betere besluitvorming en meer draagvlak.

Experts en beleidsmakers zijn ook emotioneel betrokken:

  • Experts zijn niet puur rationeel; hun emoties kunnen zowel waarschuwend als bevooroordeeld zijn.
  • Beleidsmakers moeten emoties en belangen van alle partijen serieus nemen en balanceren.

Emoties kunnen worden getraind en gecorrigeerd:

  • Emoties zijn niet onfeilbaar, maar kunnen via reflectie, empathie en kunst worden bijgestuurd.
  • Correctie van feitelijk onjuiste risico-emoties vereist begrijpelijke, emotioneel toegankelijke informatie.

Specifieke emoties als angst en walging zijn dubbelzinnig:

  • Kunnen zowel wijzen op morele bezorgdheden als voortkomen uit fobieën of stereotypes.
  • Moeten kritisch worden geëvalueerd binnen de context van risicoanalyse.

Emoties zijn cruciaal in complexe maatschappelijke kwesties:

  • Debatten over kernenergie en klimaatverandering laten zien dat emotionele betrokkenheid nodig is voor bewustzijn, motivatie en morele reflectie.

Deze conclusies ondersteunen Roesers centrale stelling: morele emoties moeten serieus worden genomen in de risicopolitiek. Ze vormen geen obstakel voor, maar een voorwaarde voor moreel verantwoorde technologie en beleid.

Bibliografie

Roeser, S. (2011). Morele emoties en risicopolitiek [oratie]. Universiteit Twente.

Download oratie.

Wat hebben wij geleerd van 2020?

Over de staat van publiek risicomanagement

Referaat Jack Kruf met co-referaat van Leen Paape | maart 2021

Opening

Jack Kruf

Wat hebben wij geleerd van 2020? Een reflectie als afscheidslezing. Afscheid. Ik voelde wat verzet tijdens het scheren vanmorgen. Ik ben er niet zo van, van afscheid. Maar goed, hier sta ik. 

Jack Kruf

Het wordt een pleidooi om het vak publiek risicomanagement een impuls te geven. Maar de vraag beantwoorden? Dat is nog niet zo eenvoudig. Geert Mak zei het bij de presentatie van zijn boek Grote Verwachtingen: “De geschiedenis duiden is niet eenvoudig als je er nog middenin zit.” 

Met veel vrienden en collega’s aan de buis, en met mijn familie hier in huis. Fijn dat jullie er allemaal zijn. Ik doe een poging wat licht te laten schijnen. Samen met professor Leen Paape. Een eer. Het wordt een drieluik, per toerbeurt. Drie vragen staan centraal, gevolgd door een korte afronding:

• Wat is de kwestie begin 2021?

• Wat de interventie?

• Wat is de sturing die daarbij hoort?

Leen Paape

Hoogleraar op Nyenrode na een carrière waarin publieke en private zaak elkaar afwisselden. Gestart op de Militaire Academie te Breda en na Defensie werd het kort KPMG, daarna KLM, PwC en uiteindelijk Nyenrode. Lid geweest van een Audit en Risicocommissie van de Gemeente Rotterdam en het Ministerie van I&M en inmiddels zie ik toe op een verzekeraar en een pensioenfonds en een grote scholenorganisatie. 

Leen Paape

Mijn interne aandrijfasjes zijn accountant, risicomanagement en maatschappelijke governance vraagstukken. Ik heb nogal wat mis zien gaan en wil graag bijdragen om dat te voorkomen.

Lees verder “Wat hebben wij geleerd van 2020?”

The age of resilience

Grote veranderingen vragen om nieuwe concepten

Theo Toonen | september 2019

Wat is risicomanagement zonder resilience? Theo Toonen, decaan aan de Universiteit van Twente:  ‘In een voortdurend en in het huidige tijdsgewricht vrij heftig veranderende wereld red je het niet met alleen het managen van crises en risico’s, hoe belangrijk in zichzelf ook. Deze tijd vraagt ook om weerbaarheid, robuust aanpassingsvermogen en de institutionele en persoonlijke veerkracht om met onvoorspelbaarheden om te gaan.’

Prof. dr. Theo Toonen

Globalisering, digitalisering, klimaatverandering, disruptieve technologie en ontwrichtende innovatie: we leven in een tijd van grote veranderingen die onze samenleving flink opschudden.

De energietransitie, extramuralisatie van de zorg en de verschuivingen in de landbouwsector zijn voorbeelden van hoe de huidige maatschappij binnen talloze domeinen fundamenteel aan het veranderen is, vertelt prof. dr. Theo Toonen. ´Er zijn disruptieve ontwikkelingen gaande, die wij soms willen verwelkomen en soms ook niet, maar waar wij als maatschappij mee om moeten zien te gaan. Onze vertrouwde systemen zijn aan het verschuiven, dat voelt soms alsof de grond onder ons wegzakt. Niet voor niets is er naast vernieuwing en vooruitgangsgeloof ook sprake van zo veel weerstand en polarisering.’

‘We leven in een tijd van grote veranderingen die onze samenleving flink opschudden.’

Lees verder “The age of resilience”