Paul Bordewijk | mei 2014
De decentralisaties in het sociale domein betekenen voor de gemeenten een uitdaging van ongekende omvang, vooral door de bezuinigingen die eraan gekoppeld zijn. Maar in de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen was daar nauwelijks iets van te merken. Die gingen over het vertrouwde domein van de publieke voorzieningen: een cultuurpaleis in Den Haag, parkeergarages in Leiden en kunstgras voor de hockeymeisjes in Nunspeet. De verschillende stemwijzers bevatten ook nauwelijks vragen over de implementatie van de decentralisaties. Er heeft dus rond de decentralisatie nauwelijks politisering plaatsgevonden. Hoe kwam dat en zal dat zo blijven?

Een van de gevolgen van de geringe aandacht voor de toegenomen betekenis van de gemeente was de niet bijzonder hoge opkomst. Met 53,8 procent paste die bij een geleidelijke afname sinds de afschaffing van de opkomstplicht begin jaren zeventig, al is die afname bij kamerverkiezingen duidelijk minder dan bij andere verkiezingen.
Intrinsieke motivatie
Die afnemende opkomst past bij de neoliberale sfeer waarin wij leven. Een sfeer waarin mensen niet geacht worden te handelen vanuit hun intrinsieke motivatie maar ter wille van een materiële beloning. Wie stemt wordt daar niet persoonlijk voor beloond en dus is het niet vreemd dat de opkomst afneemt. Je moet je eerder verbazen dat nog zoveel mensen de moeite nemen om wél te gaan stemmen. Lees verder “De decentralisaties: politisering of niet?”






